Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 18 december 2025
ECLI:NL:RBROT:2025:14979
Feiten
Werknemer werkte bij Dutoit Europe B.V. (hierna: Dutoit) in de functie van (junior) accountmanager op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Werknemer heeft zijn arbeidsovereenkomst per 26 september 2025 opgezegd en wenst in dienst te treden bij Prime Fruit Partners B.V. (hierna: Prime). Volgens Dutoit overtreedt hij in dat geval het concurrentiebeding dat in de arbeidsovereenkomst staat. Werknemer eist dat de kantonrechter het concurrentiebeding per direct schorst, zodat hij bij Prime in dienst kan treden. Werknemer heeft daarnaast zijn leaseauto moeten inleveren en Dutoit heeft kosten voor de leaseauto van de eindafrekening afgetrokken. Volgens werknemer is dit onterecht. Hij eist dat de kantonrechter Dutoit veroordeelt om mee te werken aan het overdragen van het leasecontract aan Prime. Hij vraagt de kantonrechter verder om Dutoit te verbieden om kosten voor de leaseauto in rekening te brengen. Hij wil dat de kantonrechter Dutoit daarom veroordeelt om een nieuwe afrekening op te stellen, en haar veroordeelt om het verschil met de vorige eindafrekening uit te betalen.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Er is een spoedeisend belang, werknemer wil namelijk in dienst treden bij Prime, maar kan dat nu niet door het concurrentiebeding. De kantonrechter gaat er verder van uit dat Prime een concurrent van Dutoit is. Beide partijen handelen in dezelfde soorten fruit en hebben deels dezelfde leveranciers. Van belang is dat partijen het erover eens zijn dat de AGF-sector zeer competitief is. Klanten vragen altijd bij meerdere partijen offertes op en switchen regelmatig van aanbieder. Binnen die competitieve markt beschikt werknemer over informatie die de eerlijke concurrentie tussen Dutoit en Prime kan verstoren. Werknemer was wekelijks aanwezig bij in- en verkoopoverleggen. Daarbij werd besproken welke producten waren ingekocht, welke daarvan moeilijk te verkopen waren en welke gemakkelijk en welke verkoopstrategie zou worden gehanteerd. Werknemer heeft inzicht ontwikkeld in de dynamiek tussen de in- en verkoop bij Dutoit. Dat is de kern van de onderneming van Dutoit. Partijen kopen deels bij dezelfde partners in. Werknemer weet op welke manier klanten werden overgehaald om het fruit bij Dutoit te kopen. Dit vindt de kantonrechter zwaar wegen. Werknemer bracht offertes uit, koos voor bepaalde prijzen en weet welke kortingen hij kon aanbieden. De kantonrechter vindt het waarschijnlijk dat deze informatie concurrentiegevoelig is. Werknemer beschikt over kennis en inzicht die de concurrentie tussen Dutoit en Prime oneerlijk kan beïnvloeden. Daarbij weegt nog extra mee dat Prime pas sinds mei 2025 bestaat, zij is op zoek naar omzet en klanten. Het seizoen van de meeste soorten fruit loopt volgens Dutoit tot mei of juni 2026. Werknemer zou bij Dutoit € 250 extra gaan verdienen. Dit is slechts een relatief kleine vooruitgang. Ook geldt dat werknemer aan de slag kan bij een groothandel in een andere sector. Bovendien heeft werknemer ook mogelijkheden om in de AGF-sector aan de slag te gaan. Dutoit heeft zich namelijk flexibel opgesteld. Ze heeft met werknemer meegedacht. Ook heeft ze aangegeven dat ze over concrete aanbiedingen altijd bereid is om het gesprek aan te gaan. Het is bovendien onvoldoende aannemelijk dat Dutoit de opzegging heeft veroorzaakt, omdat de kantonrechter de inhoudelijke kritiek van de bestuurder van Dutoit aan werknemer niet als aanvallend bestempelt. Dutoit heeft er een duidelijk belang bij om het beding te handhaven. De kantonrechter vindt het wel waarschijnlijk dat het beding niet tot 26 september 2026 hoeft te gelden, omdat het fruitseizoen tot mei of juni 2026 duurt. De kantonrechter vindt het aannemelijk dat het beding daarom in ieder geval per 1 juli 2026 zou worden vernietigd in een bodemprocedure. Hij schorst het beding daarom per die datum. De door werknemer verzochte vergoeding wordt afgewezen. Het is onvoldoende aannemelijk dat het concurrentiebeding werknemer in belangrijke mate belemmert. Werknemer kiest er zelf voor – ondanks andere mogelijkheden – slechts bij Prime te solliciteren. Ten aanzien van de ingehouden leasetermijnen volgt uit de gebruiksovereenkomst dat Dutoit alleen de kosten voor de afkoop of voortijdige beëindiging van de leaseovereenkomst in rekening mag brengen. Tijdens de zitting heeft Dutoit aangegeven dat er geen sprake is van afkoop, maar dat de auto nog bij de zaak staat. Er is daarom geen basis om toch kosten in rekening te brengen. Dutoit heeft haar advocaat ingeschakeld toen werknemer zijn leaseauto niet wilde inleveren. De kosten van de advocaat heeft ze ook met de eindafrekening verrekend. Dat recht had ze op basis van de gebruiksovereenkomst. Dutoit wordt veroordeeld een nieuwe eindafrekening op te stellen. De proceskosten worden gecompenseerd.
