Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/DVR Solutions B.V.
Rechtbank Gelderland (Locatie Arnhem), 3 november 2025
ECLI:NL:RBGEL:2025:11358
Proces-verbaal van mondelinge uitspraak in kort geding. Loonvordering werknemer grotendeels toegewezen. Beroep werkgever op verrekening verworpen.

Feiten

Werknemer is in dienst van DVR Solutions B.V. (hierna: DVRS). DVRS heeft het salaris over juli en augustus 2025 niet voldaan. Werknemer vordert in kort geding veroordeling van DVRS tot betaling van achterstallig loon, de vakantiebijslag opgebouwd over de periode 1 juni tot en met 1 september 2025. Ook vordert hij uitbetaling van openstaande overuren en vakantiegeld. Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht. Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de kantonrechter op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. DVRS had in juli en augustus 2025 het loon op tijd, derhalve op de gebruikelijke betaaldata die voor einde dienstverband lagen, moeten betalen aan werknemer. Daarnaast heeft werknemer recht op vakantiegeld over de periode juni tot en met augustus 2025. Nu een deugdelijke administratie ter zake van overuren lijkt te ontbreken, is naar het zich laat aanzien nader bewijs nodig. Dit deel van de vordering leent zich dan ook niet voor beoordeling in kort geding en wordt afgewezen. Het door DVRS gedane beroep op verrekening wordt afgewezen. DVRS beroept zich erop dat zij recht heeft op een bedrag van € 7.783,70 bruto ter zake van te veel genoten vakantie-uren, bestaande min-uren (omdat werknemer minder uren heeft gewerkt dan overeengekomen) en niet gewerkte maar wel verloonde uren in verband met de door hem, met toestemming van DVRS en door DVSR betaalde, gevolgde studie. Werknemer heeft deze beweerdelijke (tegen)vorderingen van DVRS gemotiveerd betwist. DVRS heeft in deze procedure geen deugdelijke administratie overgelegd, hoewel dat wel op haar weg ligt als werkgever. Gelet op de tussen partijen ter zake van het verlofsaldo, min-uren en studie-uren bestaande discussie geldt ook hiervoor dat nadere bewijslevering noodzakelijk zal zijn. De beweerdelijke tegenvorderingen van DVRS zijn vooralsnog niet voldoende aannemelijk geworden om het verweer op verrekening in kort geding te honoreren. Het beroep van DVRS op verrekening wordt daarom verworpen. Dat betekent dat DVRS wordt veroordeeld tot betaling van het loon over de maanden juli en augustus 2025 van € 3.127 bruto per maand en de vakantietoeslag over de periode 1 juni 2025 tot 1 september 2025 van € 750,48 bruto. De wettelijke verhoging (20%) en wettelijke rente worden eveneens toegewezen.