Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 7 november 2025
ECLI:NL:RBAMS:2025:8810
Feiten
Werkneemster is sinds 10 maart 2022 in dienst bij de Stichting Nederlandse Publieke Omroep (hierna: NPO) in de functie van genrecoördinator bij de afdeling Genreteam Journalistiek en Sport. Sinds 1 maart 2023 is werkneemster lid van de ondernemingsraad. In de periode van november 2023 tot en met september 2024 heeft werkneemster verschillende aanvaringen gehad met de genremanager, aan wie werkneemster rapporteerde. Vanaf begin 2024 hebben werkneemster en NPO gesproken over de invulling van haar functie. Werkneemster heeft uitgesproken meer strategische taken te willen verrichten en de organisatie- en administratietaken met ‘twee vingers in de neus’ te doen. Op 9 september 2024 heeft werkneemster zich ziekgemeld. Op 10 september 2024 heeft NPO aangegeven dat de functie van adjunct-genremanager niet gerealiseerd kon worden. Op 10 oktober 2024 heeft de bedrijfsarts geconstateerd dat er een arbeidsconflict is en mediation geadviseerd. Mediation is vervolgens opgestart, maar de genremanager heeft zich op 26 januari 2025 teruggetrokken uit het mediationtraject. Uit het advies van de bedrijfsarts van 24 februari 2025 volgt dat werkneemster belastbaar is om ongeveer 30 uur per week te kunnen werken zonder taakinhoudelijke beperkingen. Partijen hebben vervolgens gesproken over de terugkeer van werkneemster. Daarbij is voor NPO mediation een voorwaarde voor terugkeer in de functie; werkneemster is hier niet mee akkoord gegaan. NPO verzoekt de arbeidsovereenkomst te ontbinden, onder meer vanwege een verstoorde arbeidsverhouding.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Gebleken is dat partijen anders denken over de invulling die werkneemster aan haar functie dient te geven, welke vrijheid zij daarin heeft en welke invloed haar leidinggevenden daarop hebben. Werkneemster had hogere ambities dan de werkzaamheden die behoren bij de functie van genrecoördinator journalistiek. Daarnaast heeft zij herhaaldelijk aangegeven dat zij meer strategische taken wilde verrichten terwijl haar voornamelijk administratieve werkzaamheden werden toebedeeld. NPO heeft daarentegen aangevoerd dat de kern van de functie bestaat uit de operationele en administratieve taken. Naar het oordeel van de kantonrechter had werkneemster moeten inzien dat zij, gelet op de hiërarchische verhoudingen binnen de organisatie, niet het laatste woord had over de invulling van haar werkzaamheden. Na de ziekmelding is een mediationtraject gestart tussen werkneemster en de genremanager. Niet in geschil is dat tussen hen sprake was van een arbeidsconflict. Een gesprek op 25 februari 2025 heeft de onderlinge verhoudingen verslechterd. Tijdens dit gesprek is aan werkneemster te kennen gegeven dat zij per 1 maart 2025 nog niet kon terugkeren in haar functie, onder meer omdat het genreteam ‘reserves en zorgen’ had. Van NPO had mogen worden verwacht dat zij duidelijk en transparant had gecommuniceerd over de door het team geuite zorgen, hetgeen zij niet heeft gedaan. Vervolgens is de relatie nog verder verstoord geraakt. Zo droeg het niet bij aan het herstel van de relatie dat het werkneemster niet werd toegestaan iemand mee te nemen naar een volgend gesprek, wat in de gegeven situatie een begrijpelijk verzoek was. Anderzijds blijkt uit de overgelegde e-mails dat de houding van werkneemster ook niet bijdroeg aan het herstellen van de relatie, namelijk door zelfstandig te bepalen welke stappen nodig waren voor haar terugkeer en het voorstel van NPO te blijven weigeren. Duidelijk is dat dit tot een patstelling heeft geleid. Gelet op de opstelling van partijen acht de kantonrechter een terugkeer van werkneemster in het genreteam niet realistisch. Er is sprake van een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding. Herplaatsing ligt niet in de rede. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met toekenning van de transitievergoeding van € 11.004,63 bruto. Naar het oordeel van de kantonrechter is er geen aanleiding om een billijke vergoeding toe te kennen.
