Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Artemis ITS GMBH
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 18 december 2025
ECLI:NL:RBNHO:2025:15043
Huisvestingsvergoeding is een arbeidsvoorwaarde die niet eenzijdig kan worden stopgezet. Geen rechtsverwerking en/of schending klachtplicht.

Feiten

Werkneemster is sinds 10 mei 2021 bij Artemis ITS GMBH (hierna: Artemis) in dienst als regionaal manager. De arbeidsovereenkomst bevat een eenzijdig wijzigingsbeding. Zij is voor haar baan bij Artemis naar Nederland verhuisd. Artemis was de huurder van de woningen waarin werkneemster in de periode vanaf 8 mei 2021 tot 1 maart 2025 verbleef. Artemis heeft in die periode de huur en de vaste lasten betaald. In artikel 31a lid 17 van de Wet op de loonbelasting 1964 is vastgelegd dat een werkgever bij werknemers die aan de voorwaarden van de expatregeling voldoen, elk kalenderjaar opnieuw een keuze moet maken tussen (1) toepassing van de forfaitaire vergoeding van de extraterritoriale kosten (ETK) via de 30%-regeling, óf (2) vergoeding van de werkelijke ETK. Werkneemster komt in aanmerking voor de toepassing van de 30%-regeling. De accountant van Artemis heeft vastgesteld dat Artemis in strijd met de wet heeft gehandeld door zowel de forfaitaire ETK-vergoeding via de 30%-regeling als de vergoeding van werkelijke huisvestingskosten, netto naast elkaar toe te passen. Over 2024 zijn de loonstroken gecorrigeerd en is loonbelasting nageheven door de Belastingdienst. Op 29 januari 2025 heeft Artemis aan haar medewerkers laten weten dat zij de 30%-regeling per 1 januari 2025 stopzet. Artemis heeft in januari en februari 2025 een brutohuisvestingsvergoeding van € 3.180,67 per maand aan werkneemster betaald. De kern van dit geschil draait om de vraag of werkneemster ook na 1 maart 2025 recht heeft op een huisvestingsvergoeding.

Oordeel

De vraag is wat partijen precies met elkaar hebben afgesproken. In het samenwerkingsvoorstel van 26 april 2021 van Artemis aan werkneemster staat expliciet opgenomen dat de huisvesting door Artemis zou worden betaald. Vervolgens zijn partijen opnieuw met elkaar in gesprek getreden en is er een nieuwe aanbiedingsbrief aangeboden op 13 september 2021. Hoewel de afspraak over de huisvestingsvergoeding niet in deze tweede aanbiedingsbrief noch in de uiteindelijke arbeidsovereenkomst staat opgenomen, hebben partijen hier wel steeds uitvoering aan gegeven. Artemis zocht huisvesting voor werkneemster, betaalde de huur aan de verhuurder en vergoedde daarnaast de nutsvoorzieningen onder overlegging van facturen. Gelet daarop is de kantonrechter voorlopig van oordeel dat de huisvestingsvergoeding als arbeidsvoorwaarde moet worden aangemerkt. Vaststaat dat de forfaitaire ETK-vergoeding via de 30%-regeling en de vergoeding van werkelijke huisvestingskosten niet netto naast elkaar mogen worden toegepast. Werkneemster heeft in haar e-mails aangegeven dat zij er voor open staat om haar woonlasten zelf te betalen, maar dan wel onder de voorwaarde dat daar een structurele compensatie in de vorm van een hoger salaris tegenover staat. Op basis van de tekst van deze e-mails kan niet worden vastgesteld dat zij haar recht op huisvestingsvergoeding heeft prijsgegeven. Voor zover al sprake zou zijn geweest van een keuze voor de 30%-regeling in plaats van de huisvestingsvergoeding, geldt dat Artemis werkneemster onvoldoende over de gevolgen van haar keuze heeft geïnformeerd. Het vervallen van de huisvestingsvergoeding zou ertoe leiden dat werkneemster een groot deel van haar inkomen aan huisvestingskosten zou moeten besteden en er daardoor financieel substantieel op achteruit gaat. Daar staat tegenover dat Artemis niet heeft onderbouwd en niet inzichtelijk heeft gemaakt waarom de hogere kosten - die met brutering gemoeid gaan - zódanig problematisch zijn dat deze een zwaarwegend bedrijfsbelang opleveren. Op basis van deze belangenafweging mocht Artemis de huisvestingsvergoeding niet eenzijdig stopzetten. Het beroep van Artemis dat er sprake zou zijn van rechtsverwerking en/of schending van de klachtplicht wijst de kantonrechter af.