Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 15 december 2025
ECLI:NL:RBNHO:2025:14472
Feiten
Werknemer is sinds 1 juli 2019 in dienst bij NTT Global Data Centers Netherlands B.V. (hierna: ‘NTT’) in de functie van Regional Director tegen een maandsalaris van € 10.766,56 bruto vermeerderd met 8% vakantietoeslag. Werknemer is de hoogste leidinggevende werknemer op de vestiging in Nederland (genaamd: ‘AMS1’). Op 2 juni 2025 ontving NTT een melding van een incident op 27 mei 2025 van een externe beveiliger over mogelijk grensoverschrijdend gedrag van werknemer. Naar aanleiding van deze melding is NTT een intern onderzoek gestart. NTT concludeerde naar aanleiding van de gevoerde gesprekken met drie personen die werkzaam zijn op AMS1 dat er sprake was van een patroon van grensoverschrijdend gedrag door werknemer. Op 17 juli 2025 heeft NTT met werknemer hierover een gesprek gevoerd. Na afloop van het gesprek is werknemer op non-actief gesteld ten behoeve van een vervolgonderzoek. Gedurende het vervolgonderzoek zijn nog zeven personen gehoord door NTT. Op 22 augustus 2025 heeft NTT werknemer uitgenodigd voor een tweede gesprek op 27 augustus 2025. Werknemer heeft NTT op 25 augustus 2025 verzocht om voorafgaand aan dit gesprek de onderzoeksresultaten aan hem toe te zenden. Ook heeft werknemer verzocht om de bedrijfsarts in te schakelen en heeft hij meegedeeld dat hij wegens ziekte niet in staat is op 27 augustus 2025 te komen. Werknemer is niet verschenen op het gesprek van 27 augustus 2025. Op 28 augustus 2025 heeft NTT de onderzoeksresultaten aan werknemer toegezonden. In dezelfde brief heeft NTT werknemer ontslag op staande voet aangezegd en een vaststellingsovereenkomst aangeboden. Op 24 september 2024 heeft NTT het voorliggende ontbindingsverzoek ingediend.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. De kantonrechter wijst het ontbindingsverzoek op de primaire grondslag (e-grond) af. NTT moet in deze procedure haar stellingen - dat werknemer zich structureel grensoverschrijdend heeft gedragen en misbruik heeft gemaakt van zijn positie - met concrete feiten onderbouwen. Daarin is zij niet geslaagd. Werknemer verzet zich niet tegen ontbinding van de arbeidsovereenkomst vanwege (inmiddels) ernstig verstoorde arbeidsverhoudingen (g-grond). De kantonrechter zal het ontbindingsverzoek op de subsidiaire grondslag toewijzen. De kantonrechter ziet hierbij aanleiding om aan werknemer een billijke vergoeding toe te kennen wegens ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van NTT. Daarbij neemt de kantonrechter in de eerste plaats in aanmerking dat het door NTT verrichte onderzoek niet zorgvuldig (genoeg) is uitgevoerd. Verder geldt dat aan werknemer voorafgaand aan het indienden van het ontbindingsverzoek onvoldoende gelegenheid is geboden om zijn kant van het verhaal te vertellen. Daarnaast acht de kantonrechter het ernstig verwijtbaar dat NTT op basis van een onvoldoende zorgvuldig onderzoek en zonder voldoende feitelijke grondslag de arbeidsovereenkomst met werknemer zonder meer wenste te beëindigen en dat zij de zaak met haar brief van 28 augustus 2025 en het daarin aangezegde (maar niet doorgezette) ontslag op staande voet onomkeerbaar op scherp zette. Dat de arbeidsverhoudingen inmiddels ernstig en blijvend zijn verstoord, is dan ook met name aan NTT toe te rekenen. De kantonrechter kent aan werknemer een billijke vergoeding toe van € 128.500 bruto.
