Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 22 oktober 2025
ECLI:NL:RBMNE:2025:5460
Feiten
Werkneemster is sinds 19 februari 2007 in dienst bij Stichting The International School of Amsterdam (hierna: ISA). ISA is een internationale private school voor leerlingen in de leeftijd van 2 tot 18 jaar. ISA valt niet onder de werkingssfeer van de Nederlandse onderwijswetgeving. ISA houdt zich aan de principes die zijn neergelegd in het Internationale (VN) Verdrag voor de Rechten van het Kind en heeft dit onder meer uitgewerkt in het ISA Child Safeguarding Handbook en verschillende regelingen. De functie van werkneemster is docente voor leerlingen in de leeftijd van 3-4 jaar. Zij verdient een loon van € 6.688,04 bruto per maand, exclusief vakantietoeslag en verminderd met een percentage vanwege arbeidsongeschiktheid. Werkneemster is vanaf 26 april 2023 arbeidsongeschikt. ISA stelt dat er sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van werkneemster omdat zij, zoals geconcludeerd in een onderzoeksrapport van een ingeschakelde onderzoeker, verwijtbaar heeft gehandeld. Het onderzoek betrof een persoonsgericht onderzoek wegens verschillende verwijten aan het adres van werkneemster, waaronder haar handelen ten opzichte van een leerling met gedragsproblemen. Werkneemster beroept zich op het opzegverbod wegens ziekte en voert inhoudelijk verweer tegen de aangevoerde ontslaggronden.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt dat van een onafhankelijk onderzoeker mag ook worden verwacht dat deze zich beperkt tot het objectief vaststellen van het feitencomplex. Dat is hier niet gebeurd. De onderzoeker trekt vergaande conclusies naar aanleiding van de feiten die hij dacht te hebben vastgesteld. Het is niet gebleken dat naast het rapport ook de gespreksverslagen zijn gedeeld met ISA. Op deze manier kan ISA niet anders dan de conclusies overnemen zoals getrokken door de onderzoeker. De onderzoeker trekt de vergaande conclusie dat het gedrag van werkneemster over een periode van 6 jaar en ten opzichte van de jongste leerlingen op school kwalificeert als kindermishandeling naar Nederlands recht. Het rapport wordt afgesloten met de conclusie dat werkneemster niet geschikt is om met kinderen te werken en dat zij moet worden ontslagen. De kantonrechter oordeelt aan de hand van de verschillende verwijten en/of incidenten anders, omdat veel verwijten niet zijn komen vast te staan en dat wat wel vaststaat niet zodanig verwijtbaar is dat dit een ontbinding op de e-grond rechtvaardigt. Daarvoor is nodig dat de gedragingen van werkneemster zo ernstig zijn dat van ISA niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Dat is niet het geval, ook omdat ISA van een deel van die gedragingen al op de hoogte was en niet heeft ingegrepen. Naar het oordeel van de kantonrechte treft ISA het verwijt dat zij uiteindelijk pas in actie is gekomen nadat op 1 februari 2024 klokkenluidersmeldingen binnenkwamen. De ouders van de leerling met gedragsproblemen hebben ISA aansprakelijk gesteld. Inmiddels is deze leerling overgeplaatst naar een andere school, waar hij speciaal onderwijs volgt. Volgens werkneemster wordt zij doelbewust geofferd, zodat ISA de schuld buiten zichzelf kan leggen, en daar kan de kantonrechter haar deels in volgen. De kantonrechter is van oordeel dat ISA verantwoordelijk was voor de situatie, en niet werkneemster. Zij was niet voldoende toegerust als docente voor deze leerling met speciale behoeften en ISA wist dat, althans had dit kunnen weten gelet op de signalen die haar hadden bereikt over zowel de leerling als over het gedrag van werkneemster. Ontbinding op de e-grond wordt afgewezen. De ontbinding wordt gebaseerd op de verstoorde arbeidsverhouding. Omdat het eindigen van de arbeidsovereenkomst in dit geval ook in het belang is van werkneemster staat het opzegverbod niet aan de ontbinding in de weg. ISA wordt veroordeeld tot betaling van de transitievergoeding van € 46.117,75 bruto en een billijke vergoeding van € 25.000 bruto.
