Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Middelburg), 24 oktober 2025
ECLI:NL:RBZWB:2025:7853
Feiten
Werknemer is sinds 2019 in dienst bij Vlaeynatie B.V. Op 4 september 2024 verleende werknemer toestemming aan een medewerker om, zonder beschermende kleding aan te trekken, op een vorkheftruck iets op te halen in de productiehal. Die medewerker veroorzaakte vervolgens een ongeluk met schade aan een andere vorkheftruck. Werknemer heeft hiervoor een officiële waarschuwing ontvangen. In 2025 is werknemer aangesproken omdat hij in strijd met de bedrijfsregels buiten pauzetijd op de rookplek aanwezig was. Werknemer heeft zich vervolgens in 2025 ziek gemeld vanwege een burn-out en is sindsdien arbeidsongeschikt. Op 25 maart 2025 heeft de bedrijfsarts geconstateerd dat er zowel sprake is van ziekte wegens langdurige overbelasting als van op scherp staande arbeidsverhoudingen, wat voor extra spanningsklachten heeft gezorgd. De bedrijfsarts adviseerde partijen met elkaar in gesprek te gaan. Werknemer is drie keer uitgenodigd voor een gesprek, maar heeft daarop geantwoord dat hij niet in staat is om deel te nemen aan een gesprek. Bij de laatste uitnodiging heeft hij aangegeven dat hij bij opschorting van het loon zonder correcte medische onderbouwing een melding zal doen bij het UWV wegens schending van de re-integratieverplichtingen en eventueel een klacht zal indienen bij de Inspectie SZW, indien de druk wordt opgevoerd. Vlaeynatie heeft aangegeven dat de opmerking om eventueel een klacht in te dienen bij de Inspectie SZW als een dreigement wordt opgevat. Mede gelet hierop heeft zij aan werknemer kenbaar gemaakt de arbeidsovereenkomst te willen beëindigen. Vlaeynatie verzoekt de arbeidsovereenkomst met werknemer te ontbinden, onder meer vanwege een verstoorde arbeidsverhouding.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. De arbeidsovereenkomst is ernstig en duurzaam verstoord. Werknemer is echter nog steeds arbeidsongeschikt, zodat er een opzegverbod van toepassing is en de arbeidsovereenkomst in beginsel niet kan worden ontbonden, tenzij er een uitzondering geldt. De uitzondering van artikel 7:671b lid 6 sub a BW is hier niet van toepassing, nu het ontbindingsverzoek verband houdt met omstandigheden waarop het opzegverbod betrekking heeft. Vlaeynatie heeft gesteld dat de arbeidsovereenkomst in het belang van werknemer behoort te eindigen, want de arbeidsovereenkomst belemmert zijn herstel. Werknemer heeft dit op de mondelinge behandeling bevestigd. Gelet hierop dient een uitzondering te worden gemaakt op het opzegverbod en ontbindt de kantonrechter op grond van artikel 7:671b lid 6 sub b BW de arbeidsovereenkomst per 1 december 2025. Van ernstig verwijtbaar handelen van werknemer is geen sprake geweest. Voor het incident met de heftruck was werknemer al gesanctioneerd en hij heeft toen ook toegegeven dat hij een verkeerde inschatting had gemaakt. Het rookincident is evenmin aan te merken als ernstig. Ook volgt de kantonrechter Vlaeynatie niet met betrekking tot de gestelde afdreiging. Het staat een werknemer vrij een klacht in te dienen. Dat is anders indien de klacht overduidelijk ongegrond is en wordt gebruikt voor andere doeleinden, maar dat is niet gebleken. Daarnaast dient ook rekening te worden gehouden met de omstandigheden waarin werknemer verkeerde en met zijn ziekte. Werknemer heeft dan ook recht op de transitievergoeding van € 9.215,72 bruto. De kantonrechter ziet geen aanleiding aan werknemer een billijke vergoeding toe te kennen.
