Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 31 oktober 2025
ECLI:NL:RBAMS:2025:8266
Feiten
Werkneemster is sinds 30 oktober 2023 in dienst bij GBM Services B.V. (hierna: GBM) in de functie van schoonmaakster. Op 8 juli 2024 raakte werkneemster betrokken bij een auto-ongeluk. Als gevolg hiervan heeft zij zich in februari 2025 ziekgemeld. Op 27 maart 2025 heeft GBM werkneemster schriftelijk laten weten dat haar arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet zal worden verlengd, waardoor de arbeidsovereenkomst op 30 april 2025 afloopt. Werkneemster stelt zich op het standpunt dat zij werkzaam is op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en vat het bericht van 27 maart 2025 dan ook op als (niet-rechtsgeldige) opzegging van de arbeidsovereenkomst. Werkneemster verzoekt de kantonrechter de opzegging van de arbeidsovereenkomst te vernietigen en GBM te veroordelen tot betaling van loon.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt.
Arbeidsovereenkomst voor bepaalde of onbepaalde tijd?
Beide partijen erkennen dat de eerste arbeidsovereenkomst is aangegaan voor de duur van zes maanden. Niet in geschil is dat de cao Schoonmaak op de arbeidsovereenkomst van toepassing is. Omdat werkneemster na de eerste zes maanden is blijven doorwerken zonder dat nadere afspraken zijn gemaakt, heeft zij op grond van artikel 9 lid 2 van de cao na het verstrijken van de eerste arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, dus vanaf 30 april 2024, een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De aanzegging van GBM van 27 maart 2025 is dan ook aan te merken als een opzegging. Omdat werkneemster niet heeft ingestemd met de opzegging, er geen sprake was van een dringende reden en GBM evenmin toestemming had van het UWV voor de opzegging, is de arbeidsovereenkomst in strijd met artikel 7:671 BW opgezegd. De opzegging wordt vernietigd.
Loonvordering
Werkneemster heeft recht op loon, omdat de opzegging wordt vernietigd en de arbeidsovereenkomst dus voortduurt. De vordering van werkneemster tot loonbetaling zal worden toegewezen over 27,5 uur per week. GBM zal werkneemster het salaris moeten doorbetalen totdat de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig is geëindigd. Voorts wordt GBM veroordeeld tot betaling aan werkneemster van € 1.181,95 bruto, namelijk het verschil tussen het (wegens niet-doorgevoerde cao-verhogingen) verschuldigd salaris en het ontvangen salaris berekend tot 1 mei 2025.
