Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 17 oktober 2025
ECLI:NL:RBAMS:2025:7882
Feiten
Werkneemster is op 1 september 2024 bij SFI Markets B.V. (hierna: SFI) in dienst getreden in de functie van sales trader UK market. Voordat zij in dienst trad bij SFI, werkte werkneemster bij Bloomberg Terminals in het Verenigd Koninkrijk. Daar heeft werkneemster zich per 1 april 2024 ziekgemeld. Het dienstverband liep tot 23 augustus 2025. Werkneemster is een gerechtelijke procedure begonnen tegen Bloomberg, die nog loopt. Werkneemster is bij SFI begonnen in het team Secondary Sales and Trading. Een maand later is werkneemster overgegaan naar het team Syndicated Loans. In december 2024 hebben haar manager en werkneemster het meerdere keren gehad over de bonus van werkneemster en zijn voorstellen gedaan over te behalen doelen en de hoogte van de bonus aan het management. Werkneemster ging ervan uit dat zij een bonus van ongeveer € 65.000 bruto zou ontvangen. SFI heeft toen uitgelegd dat werkneemster, nog los van te behalen doelen en goed functioneren, in principe niet in aanmerking kwam voor een bonus over het jaar 2024/2025 omdat zij pas drie maanden bij het team Syndicated Loans werkte. Werkneemster is vervolgens begonnen over aanhoudende schendingen door SFI, wangedrag van de medeoprichter van SFI en de angstcultuur binnen SFI, die volgens haar negatieve invloed hadden op haar gezondheid en functioneren. Werkneemster heeft verder benoemd dat zij had ontdekt dat ze anderhalve maand illegaal had gewerkt voor SFI, dat ze van SFI bij de douane had moeten liegen over de startdatum van haar werkzaamheden, dat ze op instructie van SFI loonheffingsdocumenten moest antedateren, dat de 30%-regeling niet voortvarend was geregeld en dat ze op basis van een onjuiste voorstelling van zaken de arbeidsovereenkomst had getekend. Verder heeft werkneemster zich in het gesprek uitgelaten over het gedrag van de medeoprichter van SFI, dat hij te veel had gedronken tijdens een zakenreis en zichzelf tijdens een vergadering had bevuild met ontlasting. Werkneemster heeft verzocht in heroverweging te nemen of zij in aanmerking kwam voor een volledige bonus omdat zij er anders ongeveer € 100.000 op achteruit ging in salaris in vergelijking met haar vorige baan. Nadat het gesprek was beëindigd is tijdens een intern overleg besloten dat werkneemster uit haar functie werd ontheven met behoud van salaris en dat de arbeidsovereenkomst niet werd verlengd. Dit is werkneemster kort daarna meegedeeld in een tweede gesprek. Werkneemster heeft geschreven dat zij documentatie en opnames had die meerdere gevallen van serieus wangedrag van medewerkers van SFI ondersteunden en zij heeft voorbeelden genoemd waarbij opnieuw de medeoprichter van SFI en de managing partner SFI werden aangehaald. Werkneemster heeft tot slot verzocht om uiterlijk op 4 april 2025 te bevestigen dat haar juridische kosten werden gedekt en dat deverklaringen van de managing partner SFI niet die van SFI weerspiegelden, bij gebreke waarvan zij het Huis van Klokkenluiders, de AFM, de DNB, de relevante immigratie- en belastingautoriteiten en andere regelgevende kanalen zou inschakelen. Tussen 5 en 10 april 2025 heeft werkneemster (oud-)medewerkers en relaties van SFI benaderd over de situatie die speelde bij SFI. Op 11 april 2025 om 23:01 uur heeft werkneemster aan alle medewerkers van SFI een e-mail gestuurd met in de bijlage een geluidsfragment van het telefoongesprek met de managing partner SFI, waarin onder meer is vermeld: “You have not seen me in the office since 1 April 2025. This is not due to misconduct, underperformance, or any breach on my part. It is because I made a protected whistleblowing disclosure under de Wet bescherming klokkenluiders (...), concerning instructions to commit immigration and tax fraud, as well as serious misrepresentations to induce me into signing a contract, resulting in a six-figure loss to my salary." Bij gewone en aangetekende e-mail en brief van 16 april 2025 heeft de gemachtigde van SFI aan werkneemster geschreven dat zij zich niet had gehouden aan de sommaties van de brief van 10 april 2025, dat haar acties niet alleen niet acceptabel waren, maar ook schadelijk voor SFI en de individuen die zij bij naam noemde en dat zij zich daarom niet als goed werknemer gedroeg. Verder schreef de gemachtigde van SFI, samengevat, dat het handelen van werkneemster een dringende reden vormde voor een ontslag op staande voet en dat SFI haar nog een laatste kans gaf om binnen 48 uur een schriftelijke verklaring af te geven waarin zij zou weergeven dat het verzenden van de e-mail naar alle medewerkers niet proportioneel/passend was en zij niet al haar collega’s op deze manier had mogen betrekken bij deze individuele kwestie tussen haar en SFI. Op 18 april 2025 heeft de gemachtigde van SFI werkneemster ontslag op staande voet aangezegd, omdat zij niet had gereageerd op de brief van 16 april 2025 en niet de gevraagde verklaring had afgegeven. In een andere e-mail van 12 april 2025, gericht aan 33 medewerkers, schreef werkneemster dat ze bepaalde informatie over misleiding (ten aanzien van de bonus) tijdens de sollicitatieprocedure, het plegen van immigratiefraude en het vervalsen van een belastingdocument, had doorgegeven aan de AFM, de DNB en het Huis voor Klokkenluiders. Op 21 april 2025 heeft werkneemster een e-mail gestuurd aan het management van SFI waaruit bleek dat ze geen kennis had genomen van het ontslag op staande voet. Bij e-mail van 25 april 2025 heeft de gemachtigde van SFI onder meer uiteengezet waarom zij vindt dat werkneemster niet onder de klokkenluidersregeling valt. SFI heeft werkneemster op 28 april 2025 in kort geding gedagvaard en – samengevat – gevorderd om werkneemster te veroordelen tot het staken en gestaakt houden van haar beschuldigingen richting derden, waaronder de media, op straffe van een dwangsom. Bij kort geding vonnis van 9 juli 2025 is werkneemster op verbeurte van een dwangsom geboden om – kort gezegd – iedere vorm van communicatie aan (ex-)werknemers, klanten en relaties van SFI aangaande het einde van haar arbeidsovereenkomst en SFI of haar medewerkers, te staken en gestaakt te houden en/of zich te onthouden van verdere beschuldigingen over hen. Werkneemster verzoekt het ontslag op staande voet te vernietigen.
Oordeel
Ook als werkneemster verkeerd is voorgelicht over bonus, 30%-regeling en visum, gaan haar beschuldigingen te ver. Zij is geen klokkenluidster; het betreft een individuele kwestie. Beschuldigingen zoals fraude en intimidatie zijn niet onderbouwd. De sommatie van SFI op 10 april om te stoppen met uitlatingen was terecht. Na de e-mail van 11 april met ernstige beschuldigingen aan alle medewerkers, wees SFI op 16 april op een dringende reden voor ontslag en gaf werkneemster een laatste kans. Toen zij niet reageerde en doorging met berichten, kon SFI op 18 april niet anders dan ontslag op staande voet geven. Dat werkneemster lijdt aan CPTSS en psychische klachten had, heeft zij niet vóór het ontslag gemeld. SFI kon dit niet weten. Het ontslag op staande voet is onverwijld en op goede grond gegeven. De gevraagde bonus is niet toewijsbaar; doelen en berekening zijn onduidelijk en prestaties waren onder de maat. Het verzoek tot opheffing van het verbod wordt afgewezen; SFI heeft nog steeds een zwaarwegend belang. De lening van € 5.000 moet worden terugbetaald; kwijtschelding was onderdeel van een niet-geaccepteerde regeling. Ook terugbetaling van € 13.000 en € 254,63 is toewijsbaar. Verlofuren worden niet uitbetaald; SFI mag te veel betaalde uren terugvorderen. De overige tegenverzoeken van SFI zijn toewijsbaar. Bij voortijdige beëindiging moeten relocation fee, kosten 30%-regeling, eerste maand huur en visumkosten worden terugbetaald. Het ontslag op staande voet houdt stand, dus SFI mag deze kosten terugvorderen.
