Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Stichting Woonstichting STEK
Rechtbank Den Haag (Locatie Leiden), 3 december 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:23952
Vordering tot wedertewerkstelling en om werkgeefster te veroordelen om een opdracht te verlenen aan de Klachtencommissie ongewenste omgangsvormen.

Feiten

Werknemer is sinds 1 juli 2020 in dienst bij Stichting Woonstichting Stek (hierna: STEK) in de functie van wijkbeheerder met een loon van € 4.003 bruto per maand. Werknemer is van mening dat tijdens een overleg in november 2023 discriminerende opmerkingen zijn gemaakt. Op 19 december 2023 is werknemer een verbeterplan voorgelegd met als aandachtspunten onder meer zijn houding en gedrag. Op 27 december 2023 is er een “Registratieformulier agressie & geweld” ingevuld dat betrekking had op een melding van intimidatie en provoceren door werknemer. In januari 2024 zijn gesprekken gevoerd over het gevoel van onveiligheid binnen het team. Stek heeft werknemer een coachingtraject aangeboden. Werknemer heeft het verbeterplan niet ondertekend. Eind januari 2024 is een mediationtraject gestart. Sinds 14 mei 2024 is werknemer ziek. Op 30 juli 2024 heeft werknemer bij de bestuurder van Stek een klacht ingediend tegen zijn leidinggevende en de P&O-adviseur. Hij stelt dat gedragingen van beide medewerkers hebben geleid tot aanzienlijke vertragingen in het tot stand komen van een consult bij de bedrijfsarts. Stek heeft een extern bureau Bezemer en Schubad verzocht om onafhankelijk advies over welke vervolgstappen te zetten in het traject met werknemer. Het rapport van 29 oktober 2024 benadrukt het belang van het inzetten van een verbetertraject en mediation. Eind november 2024 wordt re-integratie gestart. Er ontstaat discussie over de vraag of werknemer in zijn eigen functie kan re-integreren. Werknemer wordt opnieuw op non-actief gesteld en de mediation wordt beëindigd. Werknemer vraagt een deskundigenoordeel bij het UWV. Het UWV oordeelt dat Stek zich onvoldoende heeft ingespannen voor de re-integratie van werknemer omdat er geen begin is gemaakt met spoor 2-activiteiten. Op 9 oktober 2025 heeft Stek een ontbindingsverzoek ingediend bij de kantonrechter. De ontbindingsprocedure is gelijktijdig behandeld met dit kort geding. De ontbinding wordt afgewezen omdat er geen sprake is van een voldragen d-, g-, e- of i-grond. Werknemer vordert wedertewerkstelling in zijn functie van wijkbeheerder, Stek te veroordelen om een opdracht te verlenen aan de Klachtencommissie ongewenste omgangsvormen en Stek te veroordelen het complete personeelsdossier ter beschikking te stellen.

Oordeel

De kantonrechter stelt voorop dat een arbeidsovereenkomst niet zonder meer recht geeft op het mogen verrichten van arbeid, maar dat voor een ingrijpende maatregel als een op non-actiefstelling slechts grond is als er sprake is van dusdanig zwaarwegende omstandigheden dat van de werkgever in redelijkheid niet langer gevergd kan worden dat hij de werknemer tot de bedongen arbeid toelaat. Nu het ontbindingsverzoek van Stek is afgewezen en de arbeidsovereenkomst derhalve onverkort voortduurt, ligt het in beginsel op de weg van Stek om werknemer weer tot zijn werkzaamheden toe te laten. Desondanks zijn er naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter in dit geval dusdanige zwaarwegende omstandigheden dat van Stek in redelijkheid niet kan worden gevergd werknemer per direct tot zijn werkzaamheden toe te laten. De kantonrechter is van oordeel dat er wel sprake is van een ernstig verstoorde arbeidsverhouding. De kantonrechter stuurt aan op mediation. Verder weegt de kantonrechter mee dat werknemer ziek (gemeld) is en dat er tussen partijen discussie is ontstaan over de vraag of werknemer de re-integratie in het eerste of tweede spoor dient voort te zetten. De vordering om toegelaten te worden tot zijn eigen werkzaamheden wordt daarom afgewezen. Ook de vordering van werknemer tot toelating tot de appgroep en de mailbox wordt afgewezen. De vordering om STEK opdracht te verlenen aan de Klachtencommissie ongewenste omgangsvormen om een onderzoek te doen naar wie van Stek wat voor informatie over hem heeft verstrekt, wordt op grond van het klachtenreglement afgewezen. Het klachtenreglement geeft Stek niet de mogelijkheid of bevoegdheid om een opdracht te geven aan de klachtencommissie zolang over de klacht niet gesproken is met de leidinggevende ofwel de bestuurder. Vast staat dat dit (formeel) niet gebeurd is en dat de klachtencommissie gebonden is aan dit klachtenreglement.