Naar boven ↑

Rechtspraak

werkgever/werknemer
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 10 december 2025
ECLI:NL:RBNHO:2025:13816
Verzet tegen verstekvonnis. Overuren van vrachtwagenchauffeur terecht niet uitbetaald. De tachograafschijven en de digitale DDD-bestanden zijn niet tijdig en op juiste wijze aangeleverd.

Feiten

Werknemer was bij werkgever in dienst als internationaal vrachtwagenchauffeur vanaf 11 mei 2023 tot 2 september 2023. Hij heeft op 2 september 2023 zijn laatste rit gereden. De arbeidsovereenkomst is op zijn initiatief geëindigd. Op de arbeidsovereenkomst was de Cao voor het beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen van toepassing alsmede een bedrijfsreglement. Werknemer heeft een kort geding inzake de eindafrekening van de arbeidsovereenkomst aanhangig gemaakt. In het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 28 maart 2024 is ten aanzien van de nog uit te betalen overuren is aangegeven dat werknemer de tachograafschijf over zou leggen. Werknemer heeft de tachograafschijven - ondanks meerdere verzoeken van werkgever - niet (op de juiste wijze) aangeleverd. Werkgever heeft het bedrag aan overuren daarom niet betaald. Werknemer heeft bij dagvaarding van 8 april 2025 een vordering inzake overuren voor augustus en september 2023 ingesteld. Werkgever is niet verschenen en is bij verstekvonnis van 28 mei 2025 veroordeeld. Bij dagvaarding van 26 juni 2025 is werkgever in verzet gekomen van dat verstekvonnis. Werknemer heeft op 5 november 2025 schriftelijk gereageerd in een conclusie van antwoord in reconventie.

Oordeel

De kantonrechter sluit zich aan bij het oordeel van de voorzieningenrechter van 28 maart 2024 dat uit artikel 26a van de toepasselijke cao een chauffeur verplicht is om tachograafschijven aan zijn werkgever af te geven en dat uit artikel 17 van het bedrijfsreglement volgt dat een chauffeur alleen recht heeft op uitbetaling van overuren, nadat deze op basis van de door hem af te geven tachograafschijven zijn gecontroleerd. Ondanks de veelvuldige communicatie tussen partijen en instructies van werkgever, heeft dit niet geleid tot daadwerkelijke afgifte en uitlezing van de bestuurderskaart van werknemer, althans bleken de overuren over augustus en september 2023 door tijdsverloop niet meer te downloaden toen hij hiervoor in juli 2024 de juiste procedure volgde. Tijdens de mondelinge behandeling heeft werknemer dit ook erkend. De kantonrechter komt tot het oordeel dat werknemer niet heeft voldaan aan zijn verplichting om de overuren op de juiste wijze aan te tonen. Het belang van werkgever bij aanlevering op de specifiek gevorderde wijze is voldoende gemotiveerd. Werkgever heeft die gegevens niet alleen nodig om de door werknemer opgegeven overuren te controleren, werkgever moet zich ook kunnen verantwoorden bij de desbetreffende instanties (zoals de ILT) die digitale aanlevering van die gegevens verlangen en loopt de komende jaren risico op (hoge) boetes. Het verzet wordt gegrond verklaard, wat betekent dat het verstekvonnis niet in stand kan blijven en de oorspronkelijke vordering van werknemer wordt afgewezen. De reconventionele vordering van werkgever - terugbetaling van een voorschot -  wordt afgewezen.