Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/ Gelderse Stichting voor Beheer en Bewindvoering in de persoon van X in zijn hoedanigheid als bewindvoerder van werknemer
Rechtbank Gelderland (Locatie Arnhem), 29 september 2025
ECLI:NL:RBGEL:2025:10290
Fysiek geweld van een werknemer tijdens het werk tegen een bezoeker van het café waar hij werkt, is op zichzelf een dringende reden voor ontslag.

Feiten

Werknemer is sinds 1 april 2023 in dienst bij werkgever. Op 28 maart 2025 is werknemer op staande voet ontslagen. Per brief van 31 maart 2025 wordt dit ontslag bevestigd. De reden die is gegeven, is dat werknemer een van de gasten meerdere malen heeft geslagen. Op 17 april 2025 stuurt werkgever nog een toelichting op het ontslag op staande voet nadat werknemer bezwaar heeft gemaakt tegen het ontslag. De gemachtigde van werknemer meldt zich per brief van 22 mei 2025 bij werkgever. Die heeft – kort samengevat – gesteld dat de beschuldiging van mishandeling onterecht is en daarmee ook het ontslag onterecht is. GSBB q.q. – de bewindvoerder van werknemer – verzoekt de kantonrechter het ontslag op staande voet te vernietigen en werkgever te veroordelen tot doorbetaling van loon en betaling van het achterstallige salaris over de maand mei 2025.

Oordeel

De kantonrechter beslist dat GSBB q.q. in haar hoedanigheid van bewindvoerder van werknemer als verzoekende (formele) procespartij zal worden aangemerkt. Daarnaast zal werknemer niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat hij niet procesbevoegd is. De kantonrechter oordeelt dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is. Uit de processtukken en de verklaringen van partijen kan in elk geval worden vastgesteld dat werknemer in de nacht van 28 op 29 maart 2025 aan X een klap of tik heeft gegeven, althans enige mate van fysiek geweld tegen X heeft gebruikt. Die gedraging, tijdens het werk, tegen een bezoeker van het café waar werknemer werkt, is op zichzelf een dringende reden voor ontslag. Voor de verklaring van werknemer dat er sprake is geweest van zelfverdediging is geen enkele nadere onderbouwing gegeven en deze verklaring staat haaks op de verklaringen van A en de heer X en ook haaks op de door werkgever gegeven (en door GSBB q.q. niet betwiste) beschrijving van de feitelijke situatie ter plaatse waarin het – kort gezegd – niet mogelijk is om in een hoek gedreven te worden. Omdat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven heeft werkgever recht op de gefixeerde schadevergoeding ex artikel 7:677 lid 2 en 3 BW.