Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 5 december 2025
ECLI:NL:RBROT:2025:14266
Feiten
Werkneemster werkte sinds 1 september 2002 bij werkgever als viooldocente. Werkgever verzorgt kunst- en cultuuractiviteiten, waaronder muzieklessen. Werkgever verzorgt deze activiteiten op veel verschillende locaties: ruim 300 schoollocaties, drie eigen vestigingen en een groot aantal locaties in de wijk. De muzieklessen zijn onderverdeeld in drie domeinen. Werkgever heeft besloten de muzieklessen in het domein Markt op te heffen vanwege de slechte financiële situatie. Werkgever had 32 docenten in het domein Markt met een vast dienstverband. Met 31 van deze docenten is een vaststellingsovereenkomst gesloten. Werkneemster heeft dit als enige geweigerd. Het reorganisatiebesluit houdt in dat werkgever is gestopt met het geven van individuele muzieklessen in Rotterdam; hij geeft in Rotterdam alleen nog muziek-groepslessen. Voor die groepslessen worden alleen zzp’ers ingezet. Hiernaast worden in Capelle aan den IJssel ook alleen nog zzp’ers ingezet. Werkgever heeft een ontslagaanvraag voor werkneemster ingediend bij de Sectorcommissie Ontslagvolgorde Kunsteducatie (hierna: SOK). Op 14 april 2025 heeft de SOK aan werkgever toestemming gegeven om de arbeidsovereenkomst met werkneemster op te zeggen. Werkgever heeft de arbeidsovereenkomst met werkneemster per 1 juni 2025 opgezegd wegens bedrijfseconomische redenen. Werkneemster is het niet eens met de opzegging. Zij vindt dat de SOK ten onrechte toestemming heeft verleend voor het opzeggen van de arbeidsovereenkomst. Zij verzoekt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst te herstellen per 1 juni 2025, omdat werkgever geen redelijke grond had om deze op te zeggen. Werkgever stelt dat alle verzoeken van werkneemster moeten worden afgewezen. Als de arbeidsovereenkomst wordt hersteld, vraagt werkgever de kantonrechter dit te doen tegen een datum gelegen in de toekomst, zonder dat een voorziening voor de tussenliggende periode wordt getroffen, en daarbij te bepalen dat de betaalde transitievergoeding wordt terugbetaald.
Oordeel
In artikel 13:B van de Cao Kunsteducatie, die van toepassing is op de arbeidsovereenkomst, staat dat de werkgever het ontslag van docenten moet aanvragen bij de SOK. Verder volgt uit de cao dat artikel 7:671a BW en de Ontslagregeling het toetsingskader zijn voor de ontslagaanvraag. Dit staat tussen partijen ook niet ter discussie. De ontslagaanvraag moet worden getoetst aan de wet en aan de Ontslagregeling. De vraag of al dan niet sprake is van een bedrijfseconomische noodzaak om tot reorganisatie over te gaan, hoeft in deze procedure niet te worden beantwoord, omdat de kantonrechter van oordeel is dat werkgever in elk geval niet heeft voldaan aan de ontslagregels zoals neergelegd in artikel 7:671a lid 5 BW en artikel 17 sub d van de Ontslagregeling. Uit de ontslagregels volgt dat het uitgangspunt is dat eerst flexibel personeel, waaronder zzp’ers en medewerkers met een tijdelijk dienstverband, moet worden ontslagen voordat werknemers met een vast dienstverband kunnen worden ontslagen. Hiervan kan alleen worden afgeweken als het voor een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is dat die werkzaamheden anders dan op basis van een arbeidsovereenkomst worden verricht. De kantonrechter is ook van oordeel dat werkgever niet heeft voldaan aan de verplichting om werkneemster te herplaatsen in een andere passende functie door een functie aan een zzp-docent te geven en niet aan werkneemster. Het verzoek van werkneemster om de arbeidsovereenkomst te herstellen wordt toegewezen. De arbeidsovereenkomst wordt hersteld met ingang van 1 juni 2025, de datum waartegen de arbeidsovereenkomst eerder is opgezegd. Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig salaris en werkneemster wordt veroordeeld tot terugbetaling van de transitievergoeding.
