Rechtspraak
Rechtbank Gelderland (Locatie Arnhem), 12 november 2025
ECLI:NL:RBGEL:2025:10269
Feiten
Werknemer is sinds 15 maart 2023 in dienst bij Wageningen University (hierna: WU) als PhD-kandidaat. Werknemer heeft tijdens de gehele looptijd van zijn arbeidsovereenkomst meerdere keren geklaagd over de hoogte van zijn salaris en het handelen van zijn promotor. Werknemer heeft een affectieve relatie gehad met mevrouw A, eveneens promovenda. Op 19 juni 2024 trof A op haar computer op de campus een briefje aan met Chinese tekens met de betekenis van een zogenoemde “pig case”. Deze tekens refereren aan een historisch Chinees strafritueel waarbij vrouwen, verdacht van overspel, opgesloten werden in een kooi en vervolgens levend werden verdronken. Op 24 juni 2024 heeft werknemer aan zijn promotor bekend dat hij het briefje op de computer van A had geplaatst. Op 25 juni 2024 heeft werknemer aan zijn promotor medegedeeld dat hij klachten zal indienen tegen zijn promotor en ook aangifte zal doen bij de politie. In een gesprek op 9 juli 2024 is aan werknemer medegedeeld dat het onwenselijk is dat hij en A op dezelfde campus werkzaam blijven en dat voor hem een andere locatie wordt gezocht. Werknemer herhaalt in dit gesprek dat hij een klachtenprocedure tegen zijn promotor zal starten. Kort hierna heeft zijn promotor zich teruggetrokken als promotor. Op 1 augustus 2024 meldt werknemer zich ziek. Op 5 september 2024 heeft werknemer aan de promotor medegedeeld dat hij klachten heeft ingediend tegen hem en A. Alle klachten zijn door de daartoe bevoegde externe onafhankelijke Klachtencommissie onderzocht en uiteindelijk in november 2024 ongegrond verklaard. Op 10 september 2024 heeft werknemer zich bij WU beter gemeld en heeft daarbij aangegeven dat hij op 16 september 2024 fysiek zal terugkeren op de campus. In reactie daarop heeft WU werknemer laten weten dat hij niet fysiek op de campus mag verschijnen. WU heeft na 9 juli 2024 tevergeefs diverse pogingen ondernomen om werknemer te herplaatsen bij SDU, Avy, MPI en Bristol. Op 19 maart 2025 heeft WU aan werknemer kenbaar gemaakt dat de arbeidsovereenkomst zal worden beëindigd. Sinds 11 april 2024 is werknemer vrijgesteld van het verrichten van werkzaamheden. WU verzoekt de arbeidsovereenkomst met werknemer te ontbinden, primair op de e-grond, subsidiair op de g-grond, meer subsidiair op de h-grond en uiterst subsidiair op de i-grond.
Oordeel
De primaire ontbindingsgrond van WU is gebaseerd op de e-grond inhoudende het verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer, zodanig dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. WU heeft daartoe aangevoerd dat werknemer A heeft bedreigd door Chinese tekens van een zogenoemde “pig cage” op haar computer achter te laten. Werknemer zou de ernst van zijn gedraging niet hebben ingezien. Hem is de toegang tot de campus (behoudens voorafgaande toestemming) ontzegd, waarna hij toch zonder voorafgaande toestemming op de campus is verschenen. Het achterlaten van de Chinese tekens heeft bovendien plaatsgevonden na een periode waarin zich meerdere incidenten met Chinese studenten en werknemers hadden voorgedaan en WU meerdere keren aandacht heeft gevraagd voor hun veiligheid. De kantonrechter acht voorts van belang dat de gedraging weliswaar op de werkvloer heeft plaatsgevonden, maar dat die vooral betrekking heeft op iets dat in de relationele sfeer heeft plaatsgevonden. Werknemer heeft immers ter zitting aangegeven dat het een reactie was op het feit dat hij er net achter was gekomen dat A was vreemdgegaan. Achteraf heeft werknemer aangegeven, en ter zitting ook herhaald, dat zijn handelen niet door de beugel kon, het kinderachtig was, hij de verantwoording draagt voor zijn handelen en dat hij excuses had willen maken aan A. Gelet op deze feiten en omstandigheden is de kantonrechter van oordeel dat het plaatsen van het briefje met de Chinese tekens op de werkplek van A, hoe ongelukkig ook, niet kwalificeert als verwijtbaar handelen of nalaten van werknemer.
Subsidiair voert WU aan dat de arbeidsovereenkomst moet worden ontbonden omdat er sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding. Naar het oordeel van de kantonrechter roepen de klachten zoals genoemd en het feit dat de promotor en de co-promotor zich hebben teruggetrokken, een beeld op van een duurzaam verstoorde arbeidsverhouding, waarvan niet goed denkbaar is dat dit nog tot een “werkbare situatie” voor partijen zal leiden. Werknemer heeft meerdere verwijten gemaakt aan het adres van zijn promotor. Zowel zijn promotor als zijn co-promotor heeft zich als promotor respectievelijk co-promotor teruggetrokken omdat zij, mede door de gemaakte verwijten, het vertrouwen zijn verloren in werknemer vanwege de klachten, het verdraaien van de feiten en het schaden van de reputatie van zijn promotor. De kantonrechter ziet geen aanleiding te oordelen dat WU zou hebben aangestuurd op een verstoorde arbeidsverhouding door in eerste instantie een onterechte grond aan te voeren voor de ontbinding van de arbeidsovereenkomst en de verstoring op die manier zelf zou hebben gecreëerd. Vorenstaande leidt ertoe dat de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbindt op grond van een verstoorde arbeidsverhouding.
