Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 22 augustus 2025
ECLI:NL:RBROT:2025:13689
Feiten
Werkneemster was sinds 4 september 2023 bij werkgeefster werkzaam als pedagogische medewerkster in opleiding in de kinderopvang. Op 4 januari 2024 meldde zij zich ziek. Werkgeefster ontslaat haar op 23 december 2024 op staande voet omdat werkneemster vanaf het begin van het verzuim weigerde mee te werken aan re-integratieverplichtingen, contact te onderhouden en afspraken bij de bedrijfsarts na te komen. Werkneemster stopte bovendien op eigen initiatief met de opleiding zonder werkgeefster te informeren en verscheen niet bij meerdere geplande gesprekken. Werkgeefster onderbouwt dat zij herhaaldelijk heeft geprobeerd tot overleg en begeleiding te komen en dat werkneemster niet heeft gereageerd of heeft geweigerd mee te werken.
Werkneemster stelt daarentegen dat werkgeefster onvoldoende rekening hield met haar gezondheidsklachten, waaronder gevolgen van een verkeersongeval, en dat zij altijd transparant en actief is geweest. Zij verzoekt het ontslag op staande voet te vernietigen en betaling van loon, en subsidiair transitievergoeding, gefixeerde schadevergoeding en billijke vergoeding.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Werkgeefster heeft uitgebreid en met stukken onderbouwd uiteengezet wat er is gebeurd sinds de ziekmelding op 4 januari 2024 tot het ontslag op staande voet. Het beeld dat hieruit naar voren komt, is dat van een zorgvuldige en geduldige werkgever en een werkneemster die nauwelijks actief en transparant heeft meegewerkt aan haar re-integratie. Van werkneemster had op de zitting een concrete reactie verwacht mogen worden, maar die bleef uit. Zo is niet duidelijk geworden waarom zij zelf nooit een second opinion heeft aangevraagd en zijn de beweerde gezondheidsklachten niet onderbouwd. Daarom wordt geen reden gezien om te twijfelen aan de gang van zaken zoals beschreven door werkgeefster. Het ontslag op staande voet is terecht gegeven en de verzoeken van werkneemster worden afgewezen. Werkneemster dient de proceskosten te betalen.
