Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgeefster
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Amersfoort), 28 november 2025
ECLI:NL:RBMNE:2025:6341
Werknemer wordt op staande voet ontslagen wegens poging om malware op laptops werkgever te installeren.

Feiten

Werknemer is sinds 1 januari 2025 in dienst bij werkgeefster op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van één jaar. Werkgeefster heeft aan werknemer laten weten dat zij niet tevreden was over zijn functioneren en dat zij een vacature voor zijn functie zou gaan uitzetten voor het geval zijn functioneren niet zou verbeteren. Vlak voor het pinksterweekend van 7 tot en met 9 juni 2025 heeft werknemer van een collega gehoord dat er gesprekken werden gevoerd met kandidaten voor deze vacature. Op 5 juni 2025 heeft zich binnen het kantoor van werkgeefster een incident voorgedaan waarbij volgens werkgeefster sprake was van hackpogingen op twee bedrijfslaptops. Naar aanleiding daarvan heeft werkgeefster een onderzoek laten verrichten door haar beveiligingsteam. Op 6 juni 2025 heeft werkgeefster werknemer met onmiddellijke ingang geschorst vanwege het vermoeden dat hij bij dit incident betrokken was. Tegelijk met de mededeling van de schorsing heeft werkgeefster werknemer uitgenodigd voor een hoor- en wederhoorgesprek op 10 juni 2025 om 12:00 uur. Werknemer heeft op 10 juni 2025 laten weten dat hij niet naar dit gesprek zou komen. Werkgeefster heeft werknemer diezelfde dag per e-mail een brief gestuurd waarin zij hem heeft meegedeeld dat hij op staande voet is ontslagen.

Werknemer verzoekt de kantonrechter primair het ontslag op staande voet te vernietigen en werkgeefster te veroordelen tot doorbetaling van loon, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente. Daarnaast verzoekt hij om wedertewerkstelling en om werkgeefster te veroordelen tot het versturen van een mededeling waarin zij haar beschuldigingen intrekt. Subsidiair, voor het geval het ontslag op staande voet in stand blijft, verzoekt werknemer de kantonrechter werkgeefster te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding van € 57.622 bruto.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt dat de dringende reden voor het ontslag op staande voet voldoende duidelijk en onverwijld aan werknemer is meegedeeld. Werkgeefster heeft in de ontslagbrief van 10 juni 2025 drie gedragingen genoemd die afzonderlijk en in samenhang een dringende reden vormen: pogingen tot het installeren van malware op twee bedrijfslaptops, het zonder toestemming verkrijgen van toegang tot een mailbox van een collega en het meenemen van een bedrijfslaptop waarop een hackpoging is gedaan. Voor werknemer was daarmee voldoende duidelijk waarom de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang is beëindigd. De kantonrechter volgt werknemer niet in zijn stelling dat de ontslagbrief vaag of tegenstrijdig is. Uit de omschrijving van camerabeelden blijkt dat werknemer bij het verlaten van het kantoor meerdere voorwerpen bij zich had die op een laptop leken. Dat mogelijk ook andere voorwerpen zijn meegenomen, maakt deze beschrijving niet innerlijk tegenstrijdig. Verder oordeelt de kantonrechter dat werkgeefster voorafgaand aan het ontslag een voldoende zorgvuldig onderzoek heeft verricht en werknemer in de gelegenheid heeft gesteld om te reageren. Dat werknemer daarvan geen gebruik heeft gemaakt, komt voor zijn rekening. De door werknemer aangevoerde verweren bieden onvoldoende aanleiding om te twijfelen aan de conclusies van werkgeefster. De kantonrechter acht voldoende aannemelijk dat werknemer betrokken is geweest bij de hackpogingen en het meenemen van een bedrijfslaptop. Deze gedragingen zijn naar het oordeel van de kantonrechter zo ernstig verwijtbaar dat zij een dringende reden voor ontslag op staande voet opleveren. Werkgeefster hoefde niet te volstaan met een lichtere maatregel. Het ontslag is bovendien onverwijld gegeven.

De conclusie is dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is. De verzoeken van werknemer tot vernietiging van het ontslag, doorbetaling van loon, wedertewerkstelling en eerherstel worden afgewezen. Vanwege ernstig verwijtbaar handelen is er geen billijke vergoeding of transitievergoeding verschuldigd. Het voorwaardelijk tegenverzoek van werkgeefster wordt niet behandeld en de proceskosten komen voor rekening van werknemer.