Rechtspraak
Rechtbank Gelderland (Locatie Arnhem), 12 november 2025
ECLI:NL:RBGEL:2025:10002
Feiten
Werknemer werkt sinds 1 maart 2021 bij CCV als applicationmanager, met een loon van € 3.799,10 bruto per maand. In 2022 wordt hij goed beoordeeld en groeit door van junior naar medior, maar zijn mondelinge communicatie wordt als verbeterpunt genoemd. Dit wordt begin 2023 herhaald in een doelstellingengesprek. In de eindejaarsbeoordeling 2023 krijgt werknemer de score ‘verbetering noodzakelijk’. CCV legt vast dat hij korter en bondiger moet leren communiceren en beter moet afstemmen met collega’s, om te voorkomen dat hij wordt overgeslagen. Er moet een verbeterplan komen. Begin 2024 krijgt hij begeleiding van een Scrum Master, maar CCV blijft vinden dat zijn communicatie, ook richting klanten, tekortschiet. In de eindejaarsbeoordeling 2024 krijgt hij opnieuw de score ‘verbetering noodzakelijk’. CCV stelt dat hij hulp niet volledig heeft benut, soms onbetrouwbare informatie geeft en te weinig afstemt. Werknemer bestrijdt dit schriftelijk en klaagt dat onduidelijk blijft wat precies onder ‘communicatie’ wordt verstaan. Hij vraagt om SMART geformuleerde doelen. Op 14 januari 2025 maakt CCV een conceptverbeterplan met drie punten (vragen stellen, manier van communiceren, niet alles zelf doen). Er worden ondersteuningsmaatregelen genoemd en als mogelijke uitkomst ook beëindiging van het dienstverband. Werknemer reageert dat hij het niet eens is met het oordeel dat hij disfunctioneert, dat de periode van zes weken te kort is en dat objectieve beoordelingscriteria ontbreken. In februari en april 2025 uit hij in e‑mails dat hij niet zal erkennen dat hij disfunctioneert en dat hij de kritiek mede ervaart als ingegeven door zijn achtergrond/afkomst; hij spreekt van het ‘zuiveren van de afdeling’ en (verkapt) racisme, maar is wel bereid over een beëindiging te praten. In juli 2025 bespreekt CCV opnieuw een beëindigingsregeling en draagt werknemer tijdelijke andere werkzaamheden op. Werknemer weigert die, zegt alleen zijn eigen functie te willen uitoefenen en verschijnt niet meer om het andere werk te doen. CCV stopt per 14 juli 2025 de loonbetaling, met een beroep op het niet verrichten van overeengekomen arbeid. Tijdens zijn vakantie wordt nog wel loon betaald. Op 25 augustus 2025 geeft werknemer aan zijn eigen werkzaamheden weer te willen hervatten. CCV verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst, primair wegens disfunctioneren, subsidiair wegens een verstoorde arbeidsverhouding.
Oordeel
Disfunctioneren
CCV heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat werknemer op onderdelen (vooral mondelinge communicatie, terugkoppeling, afstemming) niet aan de functie-eisen voldoet. Deze kritiek komt in meerdere jaren terug en is vastgelegd. Daarmee is disfunctioneren in beginsel aannemelijk. Toch kan de arbeidsovereenkomst niet op de d‑grond (disfunctioneren) worden ontbonden, omdat werknemer geen voldoende serieuze en duidelijke verbeterkans heeft gekregen: het formele verbeterplan is nooit met heldere, objectieve criteria vastgesteld, terwijl beëindiging als gevolg werd genoemd. Zijn eis om een SMART beoordelingskader was terecht. Dat CCV het traject daarna feitelijk stopzette, komt voor haar rekening. Het verzoek op de d‑grond wordt daarom afgewezen.
Verstoorde arbeidsverhouding
Wel staat vast dat de arbeidsrelatie inmiddels ernstig en duurzaam verstoord is. De voortdurende discussie over het functioneren en het niet-slagen van het verbeterplan hebben de verhouding onder druk gezet. De zware beschuldiging van discriminatie door werknemer heeft het vertrouwen verder aangetast, hoewel de kantonrechter geen aanwijzingen vindt dat er daadwerkelijk discriminatie heeft plaatsgevonden. Doorslaggevend is echter het handelen van CCV: zij heeft het verbetertraject afgebroken, werknemer uit zijn functie gehaald, hem andere (niet‑onderbouwd passende) werkzaamheden opgedragen en bij weigering het loon per 14 juli 2025 zonder rechtsgrond gestaakt. Als CCV meende dat hij niet langer kon functioneren, had zij hem met behoud van loon kunnen vrijstellen in afwachting van deze procedure, in plaats van druk op hem uit te oefenen om een beëindigingsregeling te accepteren. Daarmee heeft CCV zelf in ernstige mate bijgedragen aan de verstoorde verhouding. De arbeidsovereenkomst wordt daarom ontbonden op de g‑grond wegens een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsrelatie, per 1 januari 2026. Herplaatsing ligt niet in de rede. Werknemer heeft recht op de wettelijke transitievergoeding van € 6.124,25 bruto. Daarnaast wordt een billijke vergoeding toegekend van € 5.000 bruto wegens het ernstig verwijtbaar handelen van CCV (onduidelijk beoordelingskader, onrechtmatige functiewijziging, onterechte loonstop). Bij het bepalen van de hoogte houdt de rechter ook rekening met de bijdrage van werknemer aan de verstoring (ongefundeerde discriminatieverwijten), de beperkte kans op een duurzaam dienstverband en zijn goede perspectieven op een andere baan.
