Naar boven ↑

Rechtspraak

Quatro Systems B.V./werknemer
Gerechtshof Den Haag (Locatie Den Haag), 6 februari 2025
ECLI:NL:GHDHA:2025:137
Monteur buitendienst die als zzp’er in dezelfde branche als werkgever nevenwerkzaamheden verricht, is ten onrechte op staande voet ontslagen. Werkgever had geen gerechtvaardigd belang de nevenwerkzaamheden van werknemer te verbieden. Geen schending concurrentiebeding.

Feiten

Werknemer heeft vanaf 1 januari 2008 voor Quatro Systems B.V. (hierna: Quatro) gewerkt. Zijn meest recente arbeidsovereenkomst dateert van 22 januari 2013. Hierin is bepaald dat werknemer per 1 januari 2013 voor onbepaalde tijd voor veertig uur per week werkzaam is in de functie van monteur buitendienst. In de arbeidsovereenkomst is een geheimhoudingsbeding, een concurrentiebeding en een nevenwerkzaamhedenbeding opgenomen. Quatro heeft werknemer op 8 februari 2023 op staande voet ontslagen, kort gezegd vanwege het als zzp’er verrichten van concurrerende nevenwerkzaamheden. Werknemer heeft in een gesprek op 7 februari 2023 bevestigd als zzp’er werkzaamheden te verrichten zoals die ook door werknemer voor Quatro worden verricht. Daarnaast heeft hij aangegeven voor deze werkzaamheden gebruik te maken van de bedrijfsauto en het bedrijfsgereedschap. Werknemer is op 10 april 2023 elders in dienst getreden. De kantonrechter heeft het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig geacht. Aan werknemer is een gefixeerde schadevergoeding, de transitievergoeding, vakantietoeslag en de vergoeding voor niet genoten vakantiedagen toegekend. Quatro heeft hoger beroep ingesteld.

Oordeel

Het hof oordeelt als volgt. Naar het hof begrijpt gaat het Quatro in wezen erom dat werknemer het geheimhoudingsbeding, het concurrentiebeding en het nevenwerkzaamhedenbeding zou hebben overtreden. Quatro heeft echter onvoldoende toegelicht dat de nevenwerkzaamheden van werknemer van dien aard waren dat sprake was van concurrentie met Quatro. Uit de omschrijving op de facturen volgt niet dat werknemer werkzaamheden heeft verricht die behoren tot het specialisme van Quatro, te weten elektrotechnische werkzaamheden met betrekking tot beveiligingsinstallaties. Evenmin is gebleken dat werknemer vanuit zijn eenmansbedrijf ‘gewone’ elektrotechnische werkzaamheden uitvoerde voor opdrachtgevers voor wie een hoge veiligheidsscreening van belang was. Quatro heeft ook niet gemotiveerd betwist dat het, zoals werknemer heeft aangevoerd, ging om hand- en spandiensten voor een bevriende aannemer. De omstandigheid dat Quatro niet uitsluitend specialistische elektrotechnische beveiligingswerkzaamheden uitvoert maar ook meer reguliere werkzaamheden, is onvoldoende om te oordelen dat Quatro een gerechtvaardigd belang had om de betrekkelijk geringe nevenwerkzaamheden van werknemer te verbieden. Het is voorts niet gebleken dat werknemer bij de nevenwerkzaamheden die hij heeft verricht de vertrouwelijke informatie die hij in de uitoefening van zijn werkzaamheden bij Quatro heeft verkregen, zou hebben kunnen inzetten. Werknemer heeft de bijzondere bedingen in de arbeidsovereenkomst naar het oordeel van het hof niet overtreden. Voorts is het verwijt dat werknemer voor zijn nevenwerkzaamheden gebruik heeft gemaakt van de bedrijfsauto en de bedrijfsgereedschappen op zichzelf niet ernstig genoeg om als geldige dringende reden voor ontslag op staande voet te kwalificeren. Daarbij is ook van belang dat het werknemer was toegestaan de auto voor privédoeleinden te gebruiken (tot 5000 kilometer per jaar). Al met al is er geen sprake van een dringende reden voor ontslag op staande voet. Het ontslag houdt geen stand. Het hof bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter.