Rechtspraak
Feiten
De Buurtboer verzorgt bedrijfslunches op locatie, onder meer bij klant Equinix. Werkneemster werkt sinds 2015 als lunchmedewerkster voor De Buurtboer bij Equinix. In eerste instantie doet zij dit als opdrachtnemer, tegen € 15 per uur exclusief btw, terwijl zij daarnaast een kleine, niet rendabele eenmanszaak heeft voor geboortekaartjes. Per 1 mei 2016 komt werkneemster op voorstel van De Buurtboer in loondienst met een nulurencontract als cateringmedewerkster B (cao), tegen € 15 per uur all-in, later € 13,08 bruto per uur exclusief vakantiegeld en vakantiedagen. De arbeidsovereenkomst loopt tot 1 april 2018. In november 2017 kondigt De Buurtboer aan voortaan te werken met uitzendkrachten. Op 19 februari 2018 laat De Buurtboer aan werkneemster weten dat haar arbeidsovereenkomst niet wordt verlengd en per 1 april 2018 eindigt. Na 1 april 2018 blijft werkneemster exact hetzelfde werk doen bij Equinix voor De Buurtboer, nu als zzp’er op factuurbasis tegen € 20 per uur exclusief btw, circa 24 uur per week. Zij is de enige lunchmedewerkster die zo werkt; de anderen gaan via uitzendbureau XL. In augustus 2021 stelt De Buurtboer voor dat werkneemster via XL of Superstaff in dienst treedt op basis van een arbeidsovereenkomst, maar werkneemster wijst dit af vanwege het lage aangeboden uurloon van € 11 bruto exclusief vakantiedagen en vakantiegeld. In 2022 vraagt werkneemster om een vast contract bij De Buurtboer. In haar e-mail van 25 november 2022 spreekt zij over een ‘verkapt loondienstverband’, geeft zij aan dat zij al acht jaar naar tevredenheid werkt, zekerheid wil en een uurloon van € 17,50 redelijk vindt gelet op haar staat van dienst en loonontwikkelingen. De Buurtboer gaat hier niet mee akkoord. Begin 2023 wordt werkneemster ziek en begint zij een kort geding, waarin zij loondoorbetaling claimt, omdat zij zich werknemer acht. De zaak eindigt in een schikking zonder vonnis. Hierna biedt De Buurtboer haar de keuze om door te gaan als opdrachtneemster of via een uitzendbureau in loondienst te gaan. Op 12 oktober 2023 meldt De Buurtboer dat Equinix het contract heeft opgezegd en dat de samenwerking met werkneemster per 1 november 2023 stopt. Werkneemster stelt dat zij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft en verzet zich tegen deze beëindiging. Werkneemster vordert onder meer een verklaring voor recht dat de verhouding tussen haar en De Buurtboer een arbeidsovereenkomst is en toekenning van de transitievergoeding.
Oordeel
De kantonrechter moet bepalen of er na 1 april 2018 sprake was van een arbeidsovereenkomst of een overeenkomst van opdracht. Beslissend is niet de naam of bedoeling van partijen, maar het geheel van rechten en plichten en de feitelijke uitvoering (HR X/Gemeente Amsterdam; Deliveroo). Vaststaat dat werkneemster doorlopend dezelfde werkzaamheden verrichtte als voorheen in loondienst en dat deze werkzaamheden een structureel onderdeel zijn van de kernactiviteiten van De Buurtboer. De rechter stelt vast dat De Buurtboer een vergaande instructiebevoegdheid had: werkneemster werkte samen met een senior lunchmedewerker die haar aanstuurde, volgde gedetailleerde werkinstructies en recepten, gebruikte door De Buurtboer verstrekte materialen en droeg bedrijfskleding. Zij had weinig inhoudelijke vrijheid. Ook qua werktijden en inzetbaarheid functioneerde zij als werknemer: een vast rooster, vaste werktijden, vrije dagen aanvragen en laten goedkeuren via XL, en toestemming nodig om eerder te beginnen. Het uurtarief van € 20 exclusief btw acht de rechter, mede gezien het ontbreken van duidelijke ondernemersrisico’s en eigen voorzieningen, eerder passend bij loon uit arbeid dan bij een tarief van een zelfstandig ondernemer. De Buurtboer betaalde bovendien door tijdens de COVID-periode, toen er tijdelijk geen lunches werden afgenomen, wat wijst op werkgeversrisico. Werkneemster werkte feitelijk voornamelijk voor De Buurtboer; haar eenmanszaak voor geboortekaartjes was niet rendabel en is in 2021 beëindigd. Zij trad in het economisch verkeer dus niet wezenlijk als ondernemer naar buiten. Dat De Buurtboer stelt dat werkneemster zelf als zzp’er wilde werken en voorstellen voor een dienstverband via een uitzendbureau heeft afgewezen, is volgens de rechter niet doorslaggevend. Ook het feit dat zij zichzelf zzp’er noemde en met btw factureerde, maakt dit niet anders. Doorslaggevend is dat de feitelijke invulling van de samenwerking voldoet aan de kenmerken van een arbeidsovereenkomst; essentiële elementen van een echte opdrachtovereenkomst ontbreken. De kantonrechter verklaart daarom dat de rechtsverhouding tussen partijen van april 2018 tot november 2023 kwalificeert als een arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7:610 BW. Omdat er sprake is van een arbeidsovereenkomst, heeft werkneemster recht op een transitievergoeding.
