Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 24 oktober 2025
ECLI:NL:RBROT:2025:13063
Feiten
Werkneemster treedt op 22 oktober 2023 bij Erasmus MC in dienst als arts‑promovenda op basis van een tijdelijke arbeidsovereenkomst voor de duur van de opleiding. Direct ontstaat discussie over haar salaris: volgens werkneemster is zij te laag ingeschaald, omdat haar eerdere werkervaring als arts‑assistent (ANIOS/AIOS) niet is meegenomen. Erasmus MC bestrijdt dat zij recht heeft op een hogere inschaling en stelt dat haar eerdere ervaring niet (voldoende) relevant zou zijn voor de functie van arts‑promovenda, omdat zij geen onderzoekservaring zou hebben. In een tussenvonnis krijgt werkneemster de opdracht te bewijzen dat Erasmus MC in de praktijk ook niet‑onderzoeksgerichte ervaring als ANIOS meeneemt bij de inschaling van arts‑promovendi. Ter onderbouwing van haar standpunt legt zij onder meer vier schriftelijke verklaringen over van (voormalige) arts‑onderzoekers/arts‑promovendi, e‑mailcorrespondentie met HR, loonstroken en een arbeidsovereenkomst. Uit deze stukken blijkt dat bij andere werknemers de ANIOS‑ervaring wél is meegeteld. In twee gevallen gebeurde dat pas nadat de werknemer daar expliciet om had gevraagd; uit de e‑mails volgt dat het aanvankelijke niet‑meetellen berustte op een fout van HR, niet op een beleid dat die ervaring ‘niet relevant’ zou zijn. Erasmus MC reageert met een akte en brengt onder meer een onderzoeksprotocol in, maar levert verder geen aanvullend tegenbewijs. Zij houdt vol dat het bij de door werkneemster genoemde voorbeelden om ‘relevante’ ervaring gaat en dat de ervaring van werkneemster verschilt, omdat zij geen onderzoekservaring zou hebben. Een concrete onderbouwing waaruit blijkt dat de andere ANIOS‑functies wél onderzoekservaring inhielden, blijft echter uit. Werkneemster vordert samengevat vaststelling dat zij vanaf de start in salarisnummer 12 van schaal 10 had moeten worden ingeschaald en betaling van achterstallig loon.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt dat werkneemster is geslaagd in haar bewijsopdracht. Uit de vier verklaringen en de bijbehorende e‑mails, die niet inhoudelijk zijn betwist, blijkt dat Erasmus MC bij de inschaling van andere arts‑promovendi de ANIOS‑ervaring heeft meegerekend. Dat dit in enkele gevallen pas na ingrijpen van de werknemer is gebeurd, doet daar niet aan af; het gaat om correctie van een HR‑fout, niet om een principieel standpunt dat deze ervaring niet relevant zou zijn. Het verweer van Erasmus MC dat de andere werknemers wél relevante (onderzoek)ervaring zouden hebben en werkneemster niet, wordt verworpen. Erasmus MC heeft niet toegelicht welke onderzoeksactiviteiten die anderen concreet verrichtten en waarom de ervaring van werkneemster wezenlijk anders zou zijn. Daarmee blijft het gemaakte onderscheid onverklaard en strijdig met goed werkgeverschap. De kantonrechter concludeert dat werkneemster bij aanvang van haar dienstverband te laag is ingeschaald doordat haar ANIOS/AIOS‑jaren ten onrechte buiten beschouwing zijn gelaten. Zij had moeten worden geplaatst in salarisnummer 12 van schaal 10. De gevorderde bedragen aan achterstallig loon over de genoemde perioden worden toegewezen, evenals de verplichting voor Erasmus MC om vanaf 1 augustus 2024 tot het einde van het dienstverband € 5.504 bruto per maand te betalen, voor zover dat nog niet is gebeurd. Over deze bedragen zijn 8% vakantietoeslag, 8,33% eindejaarsuitkering en wettelijke rente verschuldigd. De wettelijke verhoging wegens te late loonbetaling wordt, gelet op alle omstandigheden, gematigd tot 10% van het achterstallige loon: enerzijds heeft Erasmus MC werkneemster de kans geboden haar onderzoek af te ronden, anderzijds heeft het haar niet als goed werkgever juist ingeschaald.
