Rechtspraak
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 4 november 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:20480
Feiten
Werkneemster is sinds 1984 in dienst bij Hema B.V., sinds 27 juli 2012 in de functie van filiaalleidster. Het huidig loon bedraagt € 3.380,18 bruto per maand voor 32 uur per week. De Cao Retail Non Food is van toepassing, behalve voor zover gunstigere regelingen volgen uit de oude Hema-cao. Op de arbeidsovereenkomst zijn ook van toepassing de Hema Huisregels filialen (onder andere fraude, diefstal en koopregels), de Ondernemingscode en het Ziekteverzuimreglement. In verband met arbeidsongeschiktheid van werkneemster hebben partijen afgesproken dat zij met ingang van 20 januari 2025 50% van de overeengekomen arbeidsomvang zou gaan werken, zodat zij vier keer vier uur per week zou werken. Werkneemster heeft vervolgens bij de registratie van haar ziekte-uren in het daarvoor bestemde systeem (hierna: WFM), naast vier werkuren, dagelijks vijf in plaats van vier ziekte-uren opgegeven. Naar aanleiding van een interne melding hierover heeft Hema een recherchebureau ingeschakeld, dat aan de hand van camerabeelden een onderzoek doet. Op 22 april 2025, op haar eerste werkdag na een vakantie van een aantal weken, wordt werkneemster uitgenodigd voor een gesprek met haar regiomanager en de medewerker van het recherchebureau. Tijdens dat gesprek worden de bevindingen besproken. Werkneemster heeft in dat gesprek gezegd dat zij een fout heeft gemaakt bij het registreren van haar uren. Daarnaast heeft zij ontkend dat zij een afgeschreven kinderpyjama heeft meegenomen. Aan het einde van het gesprek heeft Hema werkneemster op staande voet ontslagen. Het ontslag is diezelfde dag per brief bevestigd. Werkneemster verzoekt vernietiging en wedertewerkstelling. Zij betwist de fraude met haar arbeidsuren omdat het WFM van Hema vrij lastig is, met name als er sprake is van ziekte. Hema voert aan dat werkneemster stelselmatig te veel ziekte-uren heeft opgevoerd in het urensysteem, terwijl zij als filiaalmanager verantwoordelijk is voor de urenregistratie van alle medewerkers en daarom ook goed bekend was met het systeem. Hema verzoekt tevens voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst.
Oordeel
De kantonrechter stelt voorop dat voor fraude, diefstal of verduistering opzet is vereist. De kantonrechter heeft Hema op de zitting gevraagd waarom zij direct is uitgegaan van opzet bij werkneemster, zonder dat zij eerst navraag bij haar heeft gedaan naar de oorzaak van de onjuiste registratie. De kantonrechter is het met werkneemster eens dat het urensysteem van Hema niet eenvoudig in elkaar zit. Van enige opzet is naar het oordeel van de kantonrechter niets gebleken. Dat betekent uiteraard niet dat Hema moet accepteren dat uren verkeerd worden geregistreerd, maar het had op haar weg gelegen om hierover met werkneemster in gesprek te gaan en haar te vragen hoe zij tot het betreffende aantal uren was gekomen, in plaats van direct uit te gaan van (een vermoeden van) fraude en de bedrijfsrecherche in te schakelen. Omdat niet is gebleken van enige opzet aan de zijde van werkneemster en de onjuiste urenregistratie evenmin als ernstig nalaten kan worden gekwalificeerd, vormt deze naar het oordeel van de kantonrechter geen dringende reden voor ontslag op staande voet. Hema heeft ook gesteld dat het binnen de organisatie strikt verboden is om afgeschreven goederen mee naar huis te nemen. Hoe het proces van afschrijven en koop van de pyjama is gegaan houdt partijen verdeeld. Aangezien de camerabeelden niet voorzien zijn van geluid valt niet vast te stellen wat er op dat moment precies met de pyjama is gebeurd. Ook ten aanzien van de pyjama is er naar het oordeel van de kantonrechter geen enkele aanwijzing voor opzet van werkneemster. Het had op de weg van Hema gelegen om te onderbouwen dat er daadwerkelijk sprake was van kwade wil aan de zijde van werkneemster. Het voorwaardelijk ontbindingsverzoek van Hema is gebaseerd op de e-, g-, h- en i-grond. De kantonrechter oordeelt dat geen van de gronden slaagt, wat betekent dat het voorwaardelijk ontbindingsverzoek wordt afgewezen. Hema wordt veroordeeld werkneemster weer tot het werk toe te laten.
