Naar boven ↑

Rechtspraak

Stichting Saffier-de Residentie Groep/werkneemster
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 2 oktober 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:21408
Ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de e-grond wegens het weigeren medewerking te verlenen aan een redelijk verbeterplan.

Feiten

Werkneemster is sinds 1 november 2021 in dienst bij Stichting Saffier-de Residentie Groep (hierna: ‘Saffier’) als praktijkverpleegkundige. Op 24 januari 2023 is werkneemster door de teammanager aangesproken op haar houding en gedrag. Op 26 januari 2023 heeft werkneemster zich ziek gemeld. Op 5 april 2023 heeft de bedrijfsarts vastgesteld dat aan de arbeidsongeschiktheid van werkneemster een medische oorzaak ten grondslag ligt, maar daarnaast sprake is van werkgerelateerde problematiek. In een brief van 7 juni 2024 van Saffier wordt aan werkneemster onder meer bericht dat van haar wordt verwacht dat zij zorgvuldig is in haar uitlatingen en overwegingen ten behoeve van een goed oplossend gesprek en hierbij ook steeds naar haar eigen rol blijft kijken in de ontstane situatie. Op 29 september 2024 is werkneemster volledig hersteld gemeld en is zij aan het werk gegaan. Op 4 november 2024 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen werkneemster, de teammanager en de P&O-adviseur. In dat gesprek is namens Saffier een verbetertraject aangeboden. In een gesprek op 25 november 2024 is het conceptverbeterplan besproken. In dit gesprek heeft werkneemster te kennen gegeven dat zij geen vertrouwen meer heeft in de verdere samenwerking met de teammanager en gezegd dat zij het niet eens is met de verbeterpunten. Op 7 januari 2025 heeft werkneemster zich ziekgemeld. Op 6 maart 2025 heeft de bedrijfsarts vastgesteld dat er sprake is van werkgerelateerde en niet-werkgerelateerde problematiek. De bedrijfsarts heeft geadviseerd dat werkneemster en Saffier met elkaar in gesprek gaan over de knelpunten in de werksituatie om tot de-escalatie te komen en het verbetertraject uit te stellen tot de volgende fase van herstel van werkneemster. In de week erna heeft Saffier werkneemster meermaals uitgenodigd voor een gesprek, waarvoor werkneemster zich steeds heeft afgemeld. Op 24 maart 2025 heeft wel een gesprek plaatsgevonden. Bij die gelegenheid heeft werkneemster herhaald het niet eens te zijn met het verbetertraject en dat zij daaraan niet haar medewerking zal verlenen.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Een werkgever moet een legitieme reden hebben voor een verbetertraject en duidelijk maken dat een aanmerkelijke verbetering van het functioneren en/of de werkhouding noodzakelijk is. Dat heeft Saffier naar het oordeel van de kantonrechter gedaan. Saffier heeft aan de hand van concrete voorbeelden geconcretiseerd dat de houding en het gedrag van werkneemster verbetering behoeft en waarom. Saffier heeft tijdens diverse gesprekken herhaaldelijk gewezen op de houding en het gedrag van werkneemster. Werkneemster neemt de kritiek, die in de kern steeds hetzelfde is geweest, niet ter harte, maar richt zich met name op de weerlegging daarvan, bijvoorbeeld door in plaats van zich af te vragen hoe het kan dat collega’s over haar klagen te vragen naar de namen van de collega’s van wie de teammanager de signalen ontving zodat zij bij hen om opheldering kan vragen. Dit was ook de houding van werkneemster toen Saffier op 4 november 2024 een verbetertraject voorstelde: opnieuw was zij het niet eens met kritiek op haar functioneren. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft zij reeds toen aan Saffier duidelijk gemaakt dat zij niet open stond voor een verbeterplan. Voor een verbetertraject is vereist dat een werknemer weet wat er verbeterd moet worden en hoe. Daaraan voldoet het (concept)verbeterplan dat Saffier aanbod. In het aangeboden verbeterplan heeft Saffier concreet uitgewerkt  op welke onderdelen zij verbetering wilde zien in het functioneren. Daarnaast heeft Saffier met de belangen van werkneemster rekening gehouden door in het (concept)verbeterplan op te nemen dat werkneemster aan kon geven welke hulp zij hierbij wenste te ontvangen van Saffier. Werkneemster was daarom gehouden aan het afronden en uitvoeren van dat plan mee te werken. Saffier heeft kortom op goede gronden een plan tot verbetering van haar functioneren aan werkneemster aangeboden en dat plan was zelf ook redelijk. Doordat werkneemster heeft geweigerd daaraan mee te werken is er sprake van verwijtbaar handelen of nalaten als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 aanhef en onderdeel e BW. Op die grond zal de arbeidsovereenkomst worden ontbonden.