Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/GEMEENTE DELFT
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 27 oktober 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:19747
Het raadplegen van het kentekenregister voor privédoeleinden is een dringende reden, maar het ontslag op staande voet is te laat gegeven. Ontslag op staande voet vernietigd.

Feiten

Werknemer, geboren in 1980, is sinds 2024 in dienst bij de gemeente Delft (hierna: de gemeente) op basis van een arbeidsovereenkomst voor één jaar. Hij is werkzaam als buitengewoon opsporingsambtenaar (controleur openbare ruimte). Op 9 december 2024 heeft werknemer de ambtseed afgelegd. Op de arbeidsovereenkomst is de gedragscode integer handelen van toepassing. Voor de uitvoering van zijn functie heeft werknemer toegang tot het systeem City Control, waarmee hij onder meer kentekengegevens uit het RDW-register kan raadplegen. Op 12 februari 2025 heeft werknemer aan zijn leidinggevende gemeld dat hij in december 2024 twee kentekens in dat systeem heeft geraadpleegd. Deze voertuigen stonden geparkeerd bij de huurwoning van zijn (inmiddels ex-)partner. Op 19 februari 2025 heeft de gemeente met werknemer een gesprek gevoerd. Diezelfde dag heeft de gemeente schriftelijk laten weten dat werknemer ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door voor privédoeleinden onbevoegd voertuig- en persoonsgegevens van derden te raadplegen, en dat zij voornemens is een ontbindingsverzoek in te dienen. Werknemer is per direct vrijgesteld van werkzaamheden. Partijen hebben zonder resultaat geprobeerd een regeling te treffen. Bij brief van 10 maart 2025 heeft de gemeente werknemer op staande voet ontslagen wegens dit onbevoegd gebruik van het RDW-systeem. Werknemer verzoekt primair vernietiging van het ontslag op staande voet, wedertewerkstelling en loondoorbetaling, en subsidiair betaling van vergoedingen wegens onregelmatige opzegging, de transitievergoeding en een billijke vergoeding. De gemeente verzoekt onder meer ontbinding van de arbeidsovereenkomst voor het geval het ontslag op staande voet geen stand houdt.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Het ontslag op staande voet wordt vernietigd. Hoewel het raadplegen van het kentekenregister voor privédoeleinden een dringende reden oplevert, is het ontslag niet onverwijld gegeven. Tussen het bekend worden van de gedraging op 12 februari 2025, het gesprek op 19 februari 2025 en de daadwerkelijke opzegging op 10 maart 2025 is te veel tijd verstreken. Dat partijen tussentijds overleg voerden, maakt dit niet anders. Omdat de arbeidsovereenkomst na 10 maart 2025 is blijven voortduren, heeft werknemer recht op doorbetaling van loon tot 29 september 2025, inclusief vakantietoeslag en niet-genoten vakantiedagen, vermeerderd met wettelijke verhoging en wettelijke rente. Werkgever moet een bruto-nettospecificatie verstrekken. De gevorderde wedertewerkstelling wordt afgewezen omdat het dienstverband inmiddels van rechtswege is geëindigd. Het verzoek van werkgever om werknemer te veroordelen tot betaling van de gefixeerde schadevergoeding wordt afgewezen, omdat de arbeidsovereenkomst niet is geëindigd door het ontslag op staande voet. Wel wordt voor recht verklaard dat werknemer verwijtbaar heeft gehandeld in de zin van artikel 7:669 lid 3 sub e BW.