Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/LH Glasvezeltechniek B.V.
Rechtbank Gelderland (Locatie Nijmegen), 24 oktober 2025
ECLI:NL:RBGEL:2025:9458
Werkgever erkent openstaande vordering werknemer op zitting. Nu er geen discussie bestaat over de hoogte van de vordering (€ 9.329,53), wordt dit bedrag toegewezen.

Feiten

Op 23 november 2023 is werknemer een arbeidsovereenkomst aangegaan met LH Glasvezeltechniek B.V. Partijen hebben op enig moment, ter beëindiging van de arbeidsovereenkomst, een beëindigingsovereenkomst opgesteld. In die overeenkomst is bepaald dat de arbeidsovereenkomst per 1 oktober 2024 eindigt en dat LH Glasvezeltechniek een bedrag van € 12.193,55 aan werknemer dient te voldoen. In artikel 5 van de beëindigingsovereenkomst is bepaald dat wanneer LH Glasvezeltechniek een van de betalingstermijnen niet nakomt, het restant van de vordering in zijn geheel direct opeisbaar wordt. Op 5 september 2024 heeft LH Glasvezeltechniek een bedrag van € 1.172,24 aan werknemer betaald. Op 14 oktober 2024 heeft zij, buiten de gestelde termijn, een bedrag van € 1.691,78 betaald. Hierna heeft zij, ondanks sommatie, geen betalingen meer verricht. Werknemer vordert veroordeling van LH Glasvezeltechniek tot betaling van € 9.329,53 aan hoofdsom.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. LH Glasvezeltechniek heeft op de zitting de openstaande vordering van € 9.329,53 erkend. Nu er tussen partijen geen discussie meer bestaat over de hoogte van de vordering, wijst de kantonrechter dit bedrag toe. De proceskosten komen voor rekening van LH Glasvezeltechniek.