Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 24 oktober 2025
ECLI:NL:RBROT:2025:12834
Feiten
Werkneemster is in dienst van Teleperformance Netherlands B.V. (hierna: Teleperformance). Op 30 augustus 2023 heeft werkneemster zich na haar zwangerschapsverlof ziek gemeld. Gedurende haar zwangerschap is werkneemster naar Curaçao afgereisd. Teleperformance neemt werkneemster kwalijk dat zij zonder overleg naar Curaçao is vertrokken en tijdens haar ziekteperiode – ook in Curaçao – slecht tot uiteindelijk in het geheel niet meer bereikbaar is geweest en daardoor ook onvoldoende heeft meegewerkt aan re-integratie. Zij verzoekt daarom ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Werkneemster stelt onder meer dat er sprake is van zwangerschapsdiscriminatie. Door onheuse bejegening heeft Teleperformance haar onder druk gezet om te gaan werken terwijl werkneemster steeds ziek is geweest, zowel lichamelijk als psychisch. Dat is ook de reden dat werkneemster lange tijd niet terug naar Nederland kon reizen. In januari 2025 heeft bovendien een ontruiming van de woning van de ouders van werkneemster op Curaçao plaatsgevonden. Werkneemster woonde bij hen in. Vanaf dat moment had zij geen toegang tot post en internet. De sancties die Teleperformance heeft opgelegd, uiteindelijk resulterend in een loonstop, zijn dan ook onterecht geweest. Teleperformance heeft daarmee ernstig verwijtbaar gehandeld, aldus steeds werkneemster.
Oordeel
De kantonrechter gaat over tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst en oordeelt als volgt. Teleperformance heeft als redelijke grond aangevoerd dat werkneemster verwijtbaar heeft gehandeld (art. 7:669 lid 3 sub e BW), door haar re-integratieverplichtingen niet na te komen. Vast staat dat werkneemster zeker vijf keer niet is verschenen bij afspraken met de bedrijfsarts en gedurende de gehele zwangerschaps- en ziekteperiode slechts een enkele keer – vaak op een door haar zelf bepaald moment – contact heeft gehad met Teleperformance en/of de bedrijfsarts. Daarmee heeft werkneemster de verhouding tussen een werkgever en een werkneemster, en de rol die ieder van de partijen bij het dienstverband heeft bij arbeidsongeschiktheid, miskend. Het is niet aan werkneemster om te bepalen wanneer en hoe contact met de bedrijfsarts gewenst is. Als werkneemster van de bedrijfsarts en Teleperformance verlangde dat zij meer rekening zouden houden met haar bijzondere situatie, dan is het aan werkneemster om daar – onderbouwd – om te verzoeken. Zij kan dat niet eenzijdig bewerkstelligen door niet te komen opdagen. Bij de kantonrechter is daarom het beeld ontstaan van een werkneemster die tijdens haar zwangerschap, zonder haar werkgever om toestemming te vragen, naar Curaçao is vertrokken en daar bijna twee jaar is gebleven, terwijl daarvoor geen (medische) rechtvaardiging is. Werkneemster zoekt de schuld voor haar problemen vooral bij anderen, zoals Teleperformance, in plaats van bij zichzelf. Een werknemer met problemen als die van werkneemster mag tot op zekere hoogte ondersteuning en begrip van een werkgever verwachten, maar nergens blijkt uit dat Teleperformance dat in deze situatie niet (voldoende) heeft geboden. De slotsom is dat werkneemster, door haar re-integratieverplichtingen ernstig te verzaken, verwijtbaar heeft gehandeld. Het opzegverbod tijdens ziekte is niet van toepassing, omdat werkneemster ondanks aanmaning en loonstopzetting, haar re-integratie-inspanningen niet is nagekomen. Het einde van de arbeidsovereenkomst wordt bepaald op 1 november 2025 en Teleperformance hoeft geen transitievergoeding te betalen.
