Rechtspraak
Feiten
Werkneemster was sinds 1 september 2024 in dienst bij Dixstone Netherlands N.V. (hierna: Dixstone), een bedrijf dat wereldwijd actief is in de olie- en gassector. Zij werkte als Crewing Officer gedurende 40 uur per week op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot 1 september 2025. Het loon bedroeg € 4.000 bruto per maand, exclusief vakantiegeld. Werkneemster heeft de Kroatische nationaliteit. Van 12 mei 2025 tot 29 augustus 2025 was werkneemster met zwangerschaps- en bevallingsverlof. Haar functioneren was voor Dixstone aanleiding om een nieuwe arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd aan te bieden voor de periode 1 september 2025 tot en met 31 december 2025. Het salaris werd in het aanbod verhoogd naar € 4.100 bruto. Werkneemster heeft het aanbod niet ondertekend en vraagt Dixstone om een verklaring waarom haar geen contract voor onbepaalde tijd wordt aangeboden. Op 25 augustus 2025 dient werkneemster een verzoekschrift in omdat zij van mening is dat Dixstone haar arbeidsovereenkomst had moeten verlengen met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en Dixstone zich nu schuldig maakt aan discriminatie wegens zwangerschap en geslacht. Zij verzoekt de kantonrechter om ‘de maximale’ billijke vergoeding toe te kennen. Dixstone heeft op 25 augustus 2025 het aanbod tot verlenging van de arbeidsovereenkomst ingetrokken. Op 31 augustus 2025 is de arbeidsovereenkomst van rechtswege geëindigd. Dixstone stelt dat werkneemster geen feiten heeft aangevoerd die een eventueel verboden onderscheid doen vermoeden. De datum waarop haar verlof zou eindigen, lag vóór de datum waarop haar tijdelijke contract zou eindigen. Het al dan niet verlengen van de arbeidsovereenkomst stond geheel los van haar zwangerschap of vrouwzijn en heeft ook niets te maken met haar nationaliteit/status van arbeidsmigrante.
Oordeel
De wet bepaalt dat een werkgever geen onderscheid mag maken tussen mannen en vrouwen bij het aangaan en bij de opzegging van de arbeidsovereenkomst. Dit verbod geldt ook bij het niet verlengen van een arbeidsovereenkomst. De kantonrechter oordeelt dat werkneemster geen feiten heeft aangevoerd die kunnen doen vermoeden dat Dixstone in haar geval een verboden onderscheid heeft gemaakt. De beslissing van Dixstone was gebaseerd op negatieve feedback over het functioneren van werkneemster. Dat deze feedback tijdens haar zwangerschapsverlof bij collega’s is opgevraagd, en niet in een formele setting met haar is besproken, maakt dat niet anders. Dat werkneemster teleurgesteld was dat zij na afloop van haar jaarcontract geen contract voor onbepaalde tijd heeft gekregen, is voorstelbaar. De kantonrechter vindt het moeilijker te begrijpen waarom zij niet is ingegaan op uitnodigingen van Dixstone om hierover in gesprek te gaan. Een werkgever is niet zonder meer verplicht een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd na ommekomst van die termijn (voor onbepaalde tijd) te verlengen. Dit kan anders zijn wanneer hij de werknemer uitzicht heeft geboden op een (vast) contract bij gebleken geschiktheid. Niet is gebleken dat Dixstone werkneemster concreet uitzicht heeft geboden op een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd voorafgaand aan haar zwangerschapsverlof. De kantonrechter volgt Dixstone in haar verweer dat werkneemster tijdig schriftelijk is geïnformeerd dat Dixstone de arbeidsovereenkomst wilde voortzetten en onder welke voorwaarden. Dat werkneemster het aanbod niet heeft geaccepteerd en dat het aanbod een maand later weer door Dixstone is ingetrokken, maakt dit niet anders. Het verzoek om toekenning van de aanzegvergoeding wordt daarom afgewezen. De verzoeken van werkneemster worden afgewezen.
