Naar boven ↑

Rechtspraak

Werknemer/Werkgever
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 15 april 2025
ECLI:NL:RBROT:2025:6540
Ex-werkgever moet afspraken uit vaststellingsovereenkomst nakomen. Omstandigheid dat ex-werknemer zich nog vóór einde dienstverband heeft ingeschreven in Handelsregister als zelfstandige, betekent niet dat loon, transitievergoeding en vakantietoeslag niet meer hoeven te worden betaald.

Feiten

Tussen eiser en gedaagde heeft een arbeidsovereenkomst bestaan. Eiser heeft als (onderhouds)schilder voor gedaagde gewerkt. Partijen hebben met elkaar een vaststellingsovereenkomst gesloten, waarmee de arbeidsovereenkomst per 1 december 2024 is geëindigd. Partijen zijn samen tot de conclusie gekomen dat voortzetting van de arbeidsovereenkomst niet langer mogelijk was, nadat in het weekend van 3 en 4 augustus 2024 een tweetal heftige telefoongesprekken tussen partijen hebben plaatsgevonden, waarbij de directeur van gedaagde eiser heeft uitgescholden en allerlei verwensingen aan zijn adres heeft geuit. In de vaststellingsovereenkomst is afgesproken dat gedaagde eiser tot 1 december 2024 zijn salaris en overige emolumenten doorbetaalt en dat gedaagde op de einddatum van de arbeidsovereenkomst een transitievergoeding van € 3.989,14 bruto aan eiser betaalt. Gedaagde moest ook binnen dertig dagen na de einddatum een eindafrekening aan eiser verstrekken en een vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand van eiser van € 869 exclusief btw betalen. In de vaststellingsovereenkomst is niets opgenomen over deze bedingen. In de vaststellingsovereenkomst is finale kwijting overeengekomen. Gedaagde heeft na het sluiten van de vaststellingsovereenkomst een deel van het salaris van eiser betaald. Over periode 10 van 2024 heeft zij maar € 500 betaald (in plaats van € 1.447,67 netto) en het loon over de perioden 11 en 12 heeft gedaagde helemaal niet betaald. Gedaagde heeft de transitievergoeding ook niet betaald, geen eindafrekening opgemaakt en aan juridische kosten alleen het bedrag exclusief btw betaald. Gedaagde wil niet meer betalen, omdat zij stelt dat eiser zich niet vóór 1 december 2024 (de einddatum van de arbeidsovereenkomst) had mogen inschrijven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel als zelfstandig schilder. Eiser vordert in deze procedure betaling van het achterstallige loon, vermeerderd met de wettelijke verhoging van 50%, betaling van de transitievergoeding en vakantietoeslag, onder verstrekking van salarisspecificaties en een eindafrekening.

Oordeel

De kantonrechter wijst de door eiser gevorderde geldbedragen toe. Gedaagde heeft geen enkele goede reden gegeven waarom zij niet zou hoeven betalen. Partijen hebben in de vaststellingsovereenkomst afspraken gemaakt over de vraag welke bedragen gedaagde op welke momenten moest betalen. Aan die afspraak moet gedaagde zich houden. De stelling van gedaagde dat eiser zich niet had mogen inschrijven in het Handelsregister zolang de arbeidsovereenkomst nog liep, geeft haar geen reden om de afgesproken bedragen niet aan eiser te betalen. Ten eerste heeft gedaagde aan haar stelling geen consequenties verbonden. Zij heeft niet uitgelegd dat zij daardoor schade heeft geleden, laat staan dat zij een onderbouwde tegenvordering heeft ingesteld ter zake van de door haar geleden schade als gevolg van de overtreding van het concurrentiebeding door eiser. Voor zover gedaagde zou bedoelen dat zij iets met haar betalingsverplichting wil verrekenen, gaat de kantonrechter daaraan voorbij. Afgezien van het voorgaande is ook niet gebleken dat eiser het concurrentiebeding heeft overtreden. Het enkel inschrijven in het Handelsregister is daarvoor niet genoeg. Eiser heeft verklaard dat hij pas in januari 2025 zijn eerste klus als zelfstandig schilder heeft uitgevoerd en gedaagde heeft daar verder niets tegenin gebracht. Niet in de laatste plaats acht de kantonrechter van belang dat partijen geacht moeten worden een allesomvattende regeling te hebben getroffen, zonder dat gedaagde zich het recht heeft voorbehouden om eiser aan te spreken wegens het niet naleven van de postcontractuele bedingen. Dat betekent dat partijen, afgezien van de afspraken zoals vermeld in de vaststellingsovereenkomst, elkaar finale kwijting hebben verleend. Gedaagde moet dan ook de afspraken, zoals vermeld in de vaststellingsovereenkomst nakomen en het salaris tot 1 december 2024 en de transitievergoeding aan eiser betalen. Omdat het gaat om salarisbetalingen en eiser er een groot belang bij heeft dat hij alsnog zo snel mogelijk over deze bedragen kan beschikken, worden deze geldvorderingen in kort geding toegewezen.