Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland, 11 februari 2025
ECLI:NL:RBNHO:2025:1087
Feiten
Werkneemster is als directeur werkzaam voor een scholenkoepel, die openbaar basisonderwijs op meerdere scholen in de gemeente X verzorgt. Stichting Schoolleidersregister Primair Onderwijs (hierna: SPO) is in 2013 ontstaan vanuit de beroepsgroep. De taken van SPO zijn: het bewaken, stimuleren en borgen van de kwaliteit van schoolleiders en de registratie van schoolleiders in het primair onderwijs op grond van bekwaamheidseisen en bekwaamheidsonderhoud. Onderdeel daarvan is dat SPO beoordeelt of schoolleiders voldoen aan de (her)registratiecriteria. In de arbeidsovereenkomst tussen werkneemster en de scholenkoepel is de CAO PO van toepassing verklaard. Op 14 november 2018, 28 maart 2019 en op 30 september 2020 heeft werkneemster met een beroep op de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) aan SPO verzocht haar uit te schrijven uit het Schoolleidersregister. SPO heeft die verzoeken niet gehonoreerd. Met een brief van 4 oktober 2021 heeft de voorzitter van het college van bestuur van de scholenkoepel namens werkneemster en twaalf andere directeuren aan SPO verzocht hun registratie in het Schoolleidersregister te beëindigen. Daarbij deed hij onder meer een beroep op artikel 17 AVG. Bij brief van 19 november 2021 heeft SPO dit verzoek afgewezen. Bij brief van 22 augustus 2024 hebben werkneemster en de directeuren van de scholenkoepel SPO verzocht om hen in 2024 niet meer te registreren. Bij brief van 9 september 2024 heeft SPO dit verzoek afgewezen. Werkneemster verzoekt de rechtbank SPO te bevelen haar verzoek van 22 augustus 2024 om haar niet meer te registreren alsnog toe te wijzen als bedoeld in artikel 35 lid 1 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming (UAVG). SPO stelt zich ten eerste op het standpunt dat werkneemster niet-ontvankelijk is in haar verzoek. Voor het geval werkneemster wel ontvankelijk is in haar verzoek, stelt SPO zich op het standpunt dat werkneemster geen aanspraak kan maken op wissing van haar gegevens, omdat niet is voldaan aan de voorwaarden die artikel 17 AVG daarvoor stelt.
Oordeel
Het beroep van SPO op niet-ontvankelijkheid van werkneemster slaagt niet. De gerechtvaardigde belangen van een verwerkingsverantwoordelijke of van een derde kunnen een rechtsgrond zijn voor de verwerking van persoonsgegevens. Het Schoolleidersregister is door de beroepsgroep zelf ingesteld om professionalisering en kwaliteit van schoolleiders te bevorderen, nadat de staatssecretaris in 2013 (verplichte) registratie als voorwaarde stelde voor het ter beschikking stellen van extra geld voor professionalisering. Een en ander is door de sociale partners uitgewerkt in de Cao PO. Daarin is de verplichting opgenomen voor schoolleiders om zich te registreren. Daarmee wordt bewerkstelligd dat zij bepaalde opleidingen volgen om aan de basiskwalificatie te voldoen en om zich te blijven ontwikkelen zodat zij in aanmerking komen voor herregistratie. Hiermee wordt bewerkstelligd dat schoolleiders voldoende gekwalificeerd zijn. Dat is een door de staatssecretaris en de sociale partners herkend en erkend belang. De taak van registratie en de verantwoordelijkheid voor het register is door de sociale partners neergelegd bij SPO. De registratie in het Schoolleidersregister dient daarmee een gerechtvaardigd belang van SPO. De rechtbank oordeelt dat ook wordt voldaan aan de voorwaarde dat de registratie noodzakelijk is voor de behartiging van het hiervoor genoemde belang. Registratie zorgt ervoor dat professionalisering van schoolleiders niet vrijblijvend is. Het is daarmee een kwaliteitsborg. Dat is bevestigd door de Onderwijsraad. Het belang van SPO bij registratie weegt naar het oordeel van de rechtbank tot slot zwaarder dan het belang van werkneemster om niet in het Schoolleidersregister geregistreerd te staan. Werkneemster stelt dat zij niet wil dat SPO haar gegevens verwerkt, omdat zij geen vertrouwen heeft in SPO. Waarom zij geen vertrouwen in SPO heeft, heeft zij niet verder toegelicht of onderbouwd. Het belangrijkste bezwaar van werkneemster tegen de registratie is ook niet dat haar persoonsgegevens in een register zijn verwerkt, maar het feit dat zij door de verplichte registratie gedwongen wordt om door SPO geaccrediteerde opleidingen te volgen. Werkneemster is het daar niet mee eens. Zij wil (samen met de scholenkoepel) kunnen bepalen hoe zij haar professionalisering vormgeeft en welke opleidingen zij in dat kader volgt. Dat is echter een ander belang dan bescherming van haar persoonsgegevens. Het belang van werkneemster om niet gebonden te zijn aan het huidige systeem van professionalisering weegt dan ook niet op tegen het belang van SPO bij het in stand houden van het systeem van kwaliteitsborging en de financiering daarvan en dus bij het registreren van de persoonsgegevens van werkneemster en andere schoolleiders. Daar komt nog bij dat de persoonsgegevens die geregistreerd zijn, (minder gevoelige) beroepsgegevens betreffen. Alleen de naam van de schoolleider, de school waar de schoolleider werkt en de registratiestatus worden vermeld, waarbij de naam van de schoolleider en de school ook op de websites van de betreffende scholen zijn te vinden. Ook om die reden wegen de vrijheden en belangen van werkneemster niet op tegen het gerechtvaardigde belang van SPO bij registratie van de persoonsgegevens in het Schoolleidersregister. De rechtbank komt tot de conclusie dat SPO de persoonsgegevens van werkneemster rechtmatig verwerkt en dat de gronden van artikel 17 lid 1 AVG waar werkneemster zich op beroept allemaal niet slagen.
