Rechtspraak
Geïntimeerde 1 is bestuurder en aandeelhouder van Geïntimeerde BV. Deze vennootschap is een managementovereenkomst aangegaan met Marpro c.s.. Uit hoofde van deze overeenkomst heeft geïntimeerde 1 diverse werkzaamheden verricht, onder meer als financieel directeur ad interim van de scheepswerf. Geïntimeerde BV ontvangt van de scheepswerf voor de werkzaamheden van geïntimeerde 1 een vergoeding per mandag. Geïntimeerde 1 staat met ingang van 18 augustus 2003 in het Handelsregister ingeschreven als statutair bestuurder van Marpro. Op 8 juli 2008 wordt geïntimeerde 1 door de AVA op staande voet ontslagen. Volgens Marpro is daarmee tevens een einde gekomen aan de managementovereenkomst met Geintimeerde BV. Geintimeerde heeft wedertewerkstelling gevorderd en betaling van de managementfee. De vorderingen zijn door de voorzieningenrechter deels toegewezen. Marpro en geïntimeerde komen tegen dit oordeel op in hoger beroep.
Het hof oordeelt als volgt. Uit de inhoud en strekking van het besluit van 8 juli 2008 van de AvA valt op te maken dat gepoogd is een einde te maken aan het statutaire bestuurderschap van geïntimeerde 1 en dat dit besluit niet de beëindiging van de managementovereenkomst tot gevolg heeft gehad. Er is derhalve geen sprake van een rechtsgeldige opzegging. Geïntimeerde 1 heeft verdedigd dat de managementovereenkomst voor bepaalde tijd is aangegaan. Een dergelijke duurovereenkomst kan in beginsel niet worden opgezegd, en het hof zijn geen feiten of omstandigheden gepresenteerd (laat staan dat ze aannemelijk zijn gemaakt) die tot afwijking van dit uitgangspunt nopen (vgl. HR 21 oktober 1988, NJ 1990, 493 en 10 augustus 1994, NJ 1994, 688). Dat de overeenkomst voor onbepaalde tijd is aangegaan, is evenmin aannemelijk geworden. In tegendeel, het volgende staat immers vast: de overeenkomst is in eerste instantie aangegaan voor bepaalde tijd, te weten tot en met september 2003. Nadien is de opdracht verlengd tot ultimo februari 2004. Ook daarna is de overeenkomst steeds verlengd. Niet, althans onvoldoende, is gesteld of gebleken dat de overeenkomst vervolgens op enig moment is omgezet in een overeenkomst voor onbepaalde tijd. Het is juist geïntimeerde 1 die met een beroep op een brief van zijn hand aanvoert dat de laatste verlenging ziet op een einddatum van 31 december 2009. De conclusie moet luiden dat het verweer dat de overeenkomst is opgezegd onvoldoende is gesubstantieerd, zodat het verweer van Marpro c.s. strandt voor zover het betreft de stelling dat de overeenkomst daardoor op enig moment is beëindigd.
Volgt bekrachtiging oordeel voorzieningenrechter.
