Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgeefster
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 16 september 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:7504
Ernstig verwijtbaar handelen werkgeefster door adviezen van de bedrijfsarts te negeren en verlof te weigeren.

Feiten

Werknemer is sinds december 2023 in dienst bij werkgeefster als vrachtwagenchauffeur en is sinds september 2025 arbeidsongeschikt wegens een hernia. Werkgeefster draagt hem herhaaldelijk werkzaamheden op in strijd met de adviezen van de bedrijfsarts, weigert mediation en trekt goedgekeurde verlofaanvragen in zonder zwaarwichtig bedrijfsbelang of medisch bezwaar. In juni 2026 schort zij bovendien zijn loon op en zet dit in juli 2026 stop. Na dagvaarding betaalt zij het achterstallige loon alsnog. Werknemer vordert in kort geding onder meer de wettelijke verhoging, voortzetting van de loonbetaling, medewerking aan mediation, naleving van de adviezen van de bedrijfsarts en het niet zonder gegronde reden weigeren van verlof. Daarnaast vordert hij rectificatie van evaluatieformulieren en vergoeding van zijn werkelijke buitengerechtelijke kosten en proceskosten.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Werknemer heeft spoedeisend belang bij zijn vorderingen, omdat werkgeefster herhaaldelijk zonder gegronde reden adviezen van de bedrijfsarts heeft genegeerd. De loonopschorting en loonstop waren ongegrond, zodat de maximale wettelijke verhoging wordt toegewezen. Voor matiging bestaat geen aanleiding. Werkgeefster moet bij ongewijzigde omstandigheden het loon blijven doorbetalen en binnen zes weken mediation starten. Hoewel adviezen van de bedrijfsarts niet bindend zijn, mag werkgeefster daarvan slechts met een aantoonbare rechtens aanvaardbare reden afwijken. Door werknemer zonder dergelijke reden werkzaamheden op te dragen in strijd met zijn medische beperkingen en stelselmatig verlof te weigeren zonder zwaarwichtig bedrijfsbelang of medisch bezwaar, heeft werkgeefster ernstig verwijtbaar gehandeld. Zij moet de adviezen van de bedrijfsarts respecteren en mag verlof niet zonder gegronde reden weigeren, op straffe van dwangsommen. De gevorderde rectificatie van evaluatieformulieren wordt wegens onvoldoende onderbouwing afgewezen. Vanwege de schending van goed werkgeverschap en het ernstig verwijtbaar handelen moet werkgeefster de redelijke, daadwerkelijk gemaakte buitengerechtelijke kosten vergoeden. Omdat niet alle kosten aan toewijsbare vorderingen kunnen worden toegerekend, wordt een voorschot van € 5.000 toegewezen. Voor vergoeding van de werkelijke proceskosten zijn buitengewone omstandigheden, zoals misbruik van procesrecht, vereist. Daarvan is geen sprake. Werkgeefster wordt daarom veroordeeld in de proceskosten volgens het liquidatietarief van € 1.917,67.