Naar boven ↑

Rechtspraak

Stichting Kempenhaeghe/werknemer
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie Eindhoven), 20 oktober 2026
ECLI:NL:RBOBR:2026:7519
Opzegverbod tijdens ziekte verhindert ontbindingsverzoek werkgeefster op de e-, g- en i-grond omdat de aangevoerde gronden betreffende het gedrag van werknemer niet los kunnen worden gezien van zijn arbeidsongeschiktheid. Afwijzing tegenverzoek loonbetaling omdat werknemer onbetaald verlof had.

Feiten

Werknemer is per 2020 in dienst getreden bij Stichting Kempenhaeghe (hierna: Kempenhaeghe) in de functie van medisch technicus. Sinds medio 2023 zijn spanningen ontstaan over onder meer de werkdruk, werkhouding en het gedrag van werknemer. Kempenhaeghe verwijt werknemer ongepaste opmerkingen en een gebrek aan aanspreekbaarheid. Werknemer betwist dit en wijst op de hoge werkdruk en zijn belastende privésituatie. Werknemer heeft zich meerdere keren ziekgemeld. De bedrijfsarts heeft in september en oktober 2025 geoordeeld dat er sprake was van een arbeidsconflict en mediation geadviseerd. Dit traject is niet van de grond gekomen. Partijen hebben afgesproken dat werknemer in januari 2026 onbetaald verlof zou opnemen. Op 5 januari 2026 heeft werknemer zich ziekgemeld. De bedrijfsarts heeft op 23 februari 2026 vastgesteld dat werknemer wegens ziekte arbeidsongeschikt was en opnieuw mediation geadviseerd. Kempenhaeghe verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst, primair op de e-grond, subsidiair op de g-grond en meer subsidiair op de i-grond. Werknemer verzoekt voorwaardelijk toekenning van een transitievergoeding, billijke vergoeding en cumulatievergoeding. Daarnaast verzoekt werknemer onvoorwaardelijke betaling van het loon over januari 2026.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Het opzegverbod tijdens ziekte staat aan ontbinding van de arbeidsovereenkomst in de weg. Werknemer was ten tijde van de indiening van het ontbindingsverzoek arbeidsongeschikt. De aangevoerde omstandigheden leveren geen redelijke grond voor ontbinding op wanneer de arbeidsongeschiktheid wordt weggedacht. De verwijten van Kempenhaeghe zien voornamelijk op de houding van werknemer ten aanzien van mediation. Mediation is echter vrijwillig en was bovendien door de bedrijfsarts geadviseerd als re-integratiemaatregel. Het niet meewerken daaraan levert daarom geen zelfstandige e-grond op. Daarbij geldt dat ook Kempenhaeghe zich onvoldoende coöperatief heeft opgesteld bij het opstarten van mediation. Verder heeft Kempenhaeghe niet voldaan aan de vereisten voor ontbinding wegens schending van re-integratieverplichtingen, nu zij werknemer niet schriftelijk heeft aangemaand tot nakoming of de loonbetaling heeft gestaakt en geen deskundigenverklaring van het UWV over heeft gelegd. Ook is geen sprake van een voldragen g-grond. Hoewel de arbeidsverhouding verstoord is, is onvoldoende gebleken dat deze verstoring ernstig en duurzaam is. Partijen hebben nauwelijks concrete pogingen ondernomen om hun verhouding te herstellen. Kempenhaeghe heeft daarbij haar eigen aandeel in het conflict onvoldoende onderkend. Zo heeft de leidinggevende verklaard dat hij ook bij succesvolle mediation geen terugkeer van werknemer in zijn team mogelijk acht. Anderzijds heeft ook werknemer zich star opgesteld, onder meer door vast te houden aan een vermeende privacyschending. Bovendien heeft Kempenhaeghe onvoldoende onderzocht of herplaatsing mogelijk is. Ook de i-grond kan niet tot ontbinding leiden, omdat de aangevoerde omstandigheden samenhangen met de arbeidsongeschiktheid of onvoldoende zijn onderbouwd. Het ontbindingsverzoek wordt afgewezen. Aan de voorwaardelijke verzoeken van werknemer om vergoedingen wordt daarom niet toegekomen. Het tegenverzoek tot loonbetaling over januari 2026 wordt eveneens afgewezen. Werknemer heeft zelf om onbetaald verlof voor die maand verzocht. Dat werknemer tijdens dit verlof ziek is geworden, betekent niet dat het verlof eindigt of dat alsnog recht op loon ontstaat. Ook de stelling van werknemer dat hij zich door de omstandigheden gedwongen voelde het verlof aan te vragen, maakt dit niet anders. Kempenhaeghe wordt in de proceskosten van het ontbindingsverzoek veroordeeld. Werknemer wordt in de proceskosten van het tegenverzoek veroordeeld.