Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 28 oktober 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:10590
Feiten
Booking.com Holding B.V. (hierna: Booking) is een internationaal bedrijf met een hoofdkantoor in Amsterdam, waar meer dan zesduizend medewerkers werken. Tot 2020 gold het uitgangspunt dat vanuit kantoor werd gewerkt. Na de coronacrisis voerde Booking met instemming van de ondernemingsraad een hybride beleid in. Sinds 1 juli 2023 geldt de Hybrid Way of Working Policy, waarin werknemers worden aangemoedigd om ten minste 40% van hun werktijd op kantoor te zijn. Over de periode van meer dan één jaar volgde slechts 27% van het personeel die aanbeveling. Booking heeft daarom met de Ondernemingsraad (hierna: de OR) overleg gevoerd over een verplichting. Na dat overleg paste zij haar voorstel aan, onder meer door de gewenste aanwezigheid te verlagen van 50-60% naar 40%. Op 10 april 2026 heeft Booking vervolgens een instemmingsaanvraag ingediend om de aanmoediging te veranderen in een verplichting. Bij besluit van 22 mei 2026 weigerde de OR gemotiveerd zijn instemming. In deze procedure verzoekt Booking vervangende toestemming op grond van artikel 27 lid 4 WOR, primair omdat de weigering onredelijk is en subsidiair omdat zwaarwegende redenen het besluit vergen. Booking voert aan dat het beleid de bedrijfscultuur, verbinding, opleiding en ontwikkeling en effectieve samenwerking tussen teams dient. De OR voert aan dat de doelstellingen onvoldoende concreet zijn, de noodzaak ontbreekt en minder vergaande alternatieven niet zijn onderzocht. Ook wijst de OR op de nadelige gevolgen voor werknemers. Volgens de OR zijn er onder meer te weinig werkplekken op piekdagen en is de controle op aanwezigheid een disproportionele verwerking van persoonsgegevens.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Bij weigering van instemming kan de kantonrechter op grond van artikel 27 lid 4 WOR slechts toestemming geven als de beslissing van de OR onredelijk is of het besluit noodzakelijk is vanwege zwaarwegende bedrijfsorganisatorische, bedrijfseconomische of bedrijfssociale redenen. Bij de redelijkheidstoets worden de argumenten van Booking en de OR tegen elkaar afgewogen. Het overlegtraject was voldoende uitgebreid en zorgvuldig, zo blijkt ook uit de aanpassingen die Booking heeft doorgevoerd. Booking hoeft niet op ieder alternatief in te gaan. Of het beleid noodzakelijk is, is niet doorslaggevend, omdat ook niet noodzakelijke besluiten in redelijkheid kunnen worden genomen. Het belang van Booking om werknemers te verplichten ten minste 40% van hun werktijd op kantoor te zijn, is zonder twijfel redelijk. Aannemelijk is dat fysiek samenzijn bijdraagt aan betere samenwerking, afstemming en onderling vertrouwen. Dat is misschien geen harde wetenschappelijke conclusie, maar wel een breed gedeelde aanname. Met een aanwezigheidsplicht van 40% worden werknemers bepaald niet overvraagd. Tijd- en geldverlies door woon-werkverkeer en minder beschikbaarheid voor zorgtaken wegen niet op tegen het belang van Booking. Werknemers zijn aangenomen met Amsterdam als standplaats en hebben zelf invloed op hun reistijd. Terecht heeft de OR zorgen over het aantal werkplekken op piekdagen. Booking moet zo nodig extra werkplekken creëren. Bij een aanwezigheidsverplichting hoort ook controle op naleving. Die controle moet proportioneel zijn. Booking heeft ter zitting besloten om het inzien van pasgegevens door leidinggevenden eerst met de OR te onderzoeken. Zolang dat niet is gebeurd, kunnen leidinggevenden die gegevens niet gebruiken. Ook de hardheidsclausule voor uitzonderingen in individuele gevallen is redelijk. Booking heeft dus een redelijk belang bij alle onderdelen van het voorgenomen beleid en de belangen van de OR wegen daar niet tegenop. De beslissing van de OR om zijn instemming aan het voorgenomen beleid te onthouden is daarom onredelijk, oordeelt de kantonrechter. De vervangende toestemming wordt verleend en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De proceskosten worden gecompenseerd.
