Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgeefster
Rechtbank Gelderland (Locatie Arnhem), 14 september 2026
ECLI:NL:RBGEL:2026:7805
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding, ondanks ziekte van werknemer.

Feiten

Werknemer is sinds 1 maart 2016 bij werkgeefster in dienst als monteur. Op 18 juni 2026 wordt werknemer op staande voet ontslagen. Werknemer verzoekt de kantonrechter primair het ontslag op staande voet te vernietigen en werkgeefster te veroordelen tot wedertewerkstelling en loondoorbetaling. Werkgeefster trekt het ontslag op staande voet vervolgens in en verzoekt de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Werknemer is op dat moment arbeidsongeschikt wegens ziekte.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Er is sprake van een zodanig verstoorde arbeidsverhouding dat van werkgeefster in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Werknemer kan van deze verstoring geen verwijt worden gemaakt. Herplaatsing is niet mogelijk of ligt niet in de rede. Hoewel werknemer ziek is en daarom in beginsel een opzegverbod geldt, staat dit niet aan ontbinding in de weg, omdat het ontbindingsverzoek geen verband houdt met de ziekte. Bovendien is ontbinding in het belang van werknemer. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst per 1 november 2026 en veroordeelt werkgeefster tot betaling van de tussen partijen overeengekomen beëindigingsvergoeding van twee maandsalarissen, waarin de transitievergoeding is begrepen.