Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 9 oktober 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:13705
Feiten
Top Cargo is een internationaal logistiek dienstverlener en expediteur, gespecialiseerd in luchtvracht van Europa naar China. Werknemer is op 1 januari 2019 voor onbepaalde tijd bij Top Cargo in dienst getreden in de functie van Business Development Manager. Het laatstverdiende loon bedroeg € 5.000 bruto per maand exclusief emolumenten. In de periode van december 2020 tot januari 2022 heeft Top Cargo in totaal meer dan € 65.000 exclusief btw aan gefactureerde managementfee’s betaald aan de eenmanszaak van werknemer. In oktober, november en december 2022 heeft Top Cargo in totaal € 50.000 bruto aan bonussen betaald. Eind februari 2023 heeft werknemer zich ziekgemeld. Hij is sindsdien arbeidsongeschikt gebleven. Na toestemming van het UWV werd zijn arbeidsovereenkomst per 31 mei 2026 beëindigd wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Werknemer verzoekt de kantonrechter onder meer Top Cargo te veroordelen tot betaling van de transitievergoeding, een billijke vergoeding dan wel schadevergoeding, betaling van overuren en loon tijdens ziekte en vergoeding van niet-genoten vakantiedagen. De billijke vergoeding is volgens werknemer verschuldigd, omdat hij door ernstig verwijtbaar handelen van Top Cargo psychische problemen heeft ontwikkeld, die hebben geleid tot zijn nog steeds voortdurende arbeidsongeschiktheid. Top Cargo betwist dat zij ernstig verwijtbaar heeft gehandeld.
Oordeel
Billijke vergoeding en schade vergoeding
De kantonrechter wijst dit verzoek af omdat niet is bewezen dat Top Cargo werknemer structureel te zwaar heeft belast, de beschuldigingen van werknemer over verbaal en fysiek geweld onvoldoende zijn onderbouwd en er dus geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van Top Cargo. Ook de gevorderde materiële en immateriële schadevergoeding wordt afgewezen. Werknemer heeft onvoldoende aangetoond dat zijn klachten en schade het gevolg zijn van tekortschieten van Top Cargo.
Vergoeding overuren, aanvullende transitievergoeding en uitbetaling vakantiedagen
Werknemer claimt ruim € 69.000 aan overuren en ook dat de bonusbetalingen en overwerk moeten meetellen voor de transitievergoeding. Ten aanzien van de overuren is de kantonrechter van oordeel dat werknemer jarenlang niet tijdig heeft geklaagd over het uitblijven van betaling en daarmee de wettelijke klachtplicht heeft geschonden. Ook is de omvang van de overuren onvoldoende onderbouwd. Ten aanzien van de aanvullende transitievergoeding oordeelt de kantonrechter dat geen recht bestaat op de gevorderde overwerkvergoeding en de ontvangen bonussen een discretionair karakter hadden en niet kwalificeren als loonbestanddeel voor de berekening van de transitievergoeding. Top Cargo wordt veroordeeld tot betaling van 112 openstaande vakantiedagen omdat zij niet kon aantonen dat alle vakantiedagen waren uitbetaald en ook niet had voldaan aan de informatie- en zorgplicht rond het vervallen van wettelijke vakantiedagen.
