Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 23 oktober 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:14300
Feiten
Een voormalig werkneemster werkte in 2009 via een uitzendbureau voor een inlenend bedrijf. Tijdens de uitvoering van haar werkzaamheden voor het bedrijf zijn er foto’s van haar gemaakt. Jaren later bleek dat het bedrijf voor reclamedoeleinden een foto van de voormalig werkneemster, voorzien van haar voor- en achternaam, gebruikte op een bestelbus van het bedrijf. De voormalig werkneemster vordert een verklaring voor recht dat het bedrijf inbreuk heeft gemaakt op haar portretrecht en dat het bedrijf aansprakelijk is voor de door haar geleden en nog te lijden schade. Zij vordert een schadevergoeding van € 10.000. Haar vorderingen zijn toegewezen bij verstekvonnis van 19 maart 2025, maar de schadevergoeding en de dwangsom wel voor een lager bedrag dan zij heeft gevorderd. Het bedrijf is in verzet gekomen tegen het verstekvonnis. Zij vordert dat vonnis te vernietigen.
Oordeel
Op de zitting bleek dat partijen het erover eens zijn dat de betreffende foto niet in opdracht van voormalig werkneemster is gemaakt. Dat betekent dat de kantonrechter moet toetsen aan artikel 21 van de Auteurswet. Daarin staat, kort gezegd, dat een niet in opdracht gemaakt portret niet openbaar mag worden gemaakt – zoals op de bus van het bedrijf – als een redelijk belang van de geportretteerde zich daartegen verzet. De vraag is dus of voormalig werkneemster een redelijk belang heeft om zich tegen het gebruik van haar foto door het bedrijf te verzetten. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft zij een belang. Zij is weliswaar geen fotomodel en heeft geen zakelijke belangen te verdedigen, maar een persoonlijkheidsrechtelijk belang heeft zij wel. Het is aan de voormalig werkneemster om te bepalen waarmee zij in verband gebracht wil worden. Zij wil niet dat men denkt dat zij bijklust voor het bedrijf. Het verweer dat zij na 15 jaar nauwelijks herkenbaar zou zijn, wordt verworpen. Mensen herkennen haar nog steeds en haar naam staat bovendien op de bus vermeld. De kantonrechter stelt de schadevergoeding naar billijkheid vast op een bedrag van € 2.500. Hierin wordt meegenomen dat het om een foto op één enkele bus gaat, waarbij wel als verzwarende omstandigheid mee wordt gewogen dat de naam van voormalige werkneemster ook op de bus is gezet. Bij verstekvonnis is een schadevergoeding van ongeveer € 7.000 opgelegd, die door het bedrijf is betaald. Dit betekent dat de voormalig werkneemster geld aan het bedrijf terug moet betalen. Daar is geen vordering voor ingesteld. Dit moeten partijen onderling met elkaar regelen. Het bedrijf krijgt een verbod opgelegd om haar portret nog in reclame-uitingen te gebruiken.
