Naar boven ↑

Rechtspraak

STICHTING PANTAR AMSTERDAM/werkneemster
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 20 oktober 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:10336
Langdurige ongeoorloofde afwezigheid werkneemster met psychische beperkingen levert verwijtbaar, maar geen ernstig verwijtbaar handelen op

Feiten

Werkneemster is sinds 31 juli 2012 in dienst bij Pantar, een organisatie die personen met een afstand tot de arbeidsmarkt begeleidt. Werkneemster heeft ernstige psychische beperkingen en werkt op basis van een Wsw-indicatie. Vanaf 27 mei 2025 verschijnt zij zonder bericht niet meer op het werk en blijft zij, ondanks herhaalde contactpogingen en waarschuwingen van werkgever, langdurig onbereikbaar. Ook verschijnt zij niet bij de bedrijfsarts. Werkgever schakelt onder meer de politie en hulpinstanties in en zet na ruim drie maanden het loon stop. Omdat werkneemster onbereikbaar blijft, verzoekt werkgever ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens (ernstig) verwijtbaar handelen (e-grond).

Oordeel

De kantonrechter oordeelt dater sprake is van verwijtbaar handelen in de zin van artikel 7:669 lid 3 onder e BW. Hoewel van een werkgever in een sociale werkomgeving meer verdraagzaamheid mag worden verwacht, kan niet worden verlangd dat deze een werkneemster die meer dan een jaar zonder bericht afwezig en onbereikbaar is, in dienst houdt. Werkgever heeft bovendien voldoende inspanningen verricht om het contact te herstellen. Van ernstig verwijtbaar handelen is echter geen sprake. Gelet op de ernstige psychische beperkingen van werkneemster kan niet worden vastgesteld dat zij bewust, kwaadwillend of opzettelijk heeft gehandeld. Ook staat een opzegverbod wegens ziekte niet aan ontbinding in de weg, omdat onvoldoende is gebleken dat werkneemster wegens ziekte arbeidsongeschikt is. De arbeidsovereenkomst wordt per 20 november 2026 ontbonden, met inachtneming van de opzegtermijn. Werkneemster behoudt haar recht op de transitievergoeding.