Naar boven ↑

Rechtspraak

HC to Green B.V./werknemer
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 7 oktober 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:13257
De bestuurder van werkgeefster wilde onterecht de lening die hij privé aan werknemer had verstrekt verrekenen met het loon dat werkgeefster aan werknemer verschuldigd was bij de eindafrekening. Het verrekende bedrag geldt als aflossing van de lening die werkgeefster aan werknemer heeft verstrekt.

Feiten

Werknemer is per 1 januari 2025 in dienst getreden bij HC to Green in de functie van Chief Strategy Officer, Chief Marketing Officer en Sustainability Officer, voor de duur van één jaar. Persoon A (hierna: A) is bestuurder van HC to Green, en ook van een andere onderneming (hierna: bedrijf X). Werknemer voert naast zijn dienstverband een eenmanszaak (hierna: de eenmanszaak). Via de eenmanszaak verrichtte werknemer werkzaamheden ten behoeve van bedrijf X. A heeft werknemer tweemaal een privélening in persoon verstrekt van in totaal € 6.500. Daarnaast heeft HC to Green een lening aan de eenmanszaak verstrekt ter hoogte van € 6.550. De afspraken hierover hebben partijen op 29 oktober 2025 vastgelegd. Hierin is onder meer bepaald dat over het geleende bedrag een rente van 5% per jaar is verschuldigd tot aan de dag van volledige terugbetaling. Ook bedrijf X heeft een lening ter hoogte van € 6.000 verstrekt aan de eenmanszaak. HC to Green heeft bij de initiële eindafrekening van het dienstverband met werknemer het volledige aan hem verschuldigde bedrag verrekend met een openstaande lening. Deze eindafrekening is later herzien omdat daarin geen rekening was gehouden met de beslagvrije voet, en omdat de transitievergoeding is meegenomen. Op basis daarvan heeft werknemer enkel de beslagvrije voet uitbetaald gekregen; het overige aan hem verschuldigde bedrag van € 6.009,07 heeft HC to Green verrekend met de openstaande leningen. Werknemer is aangemeld bij de gemeentelijke schuldhulpverlening. HC to Green vordert betaling van € 6.550, vermeerderd met de rente en buitengerechtelijke incassokosten.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Voor verrekening is vereist dat partijen over en weer schuldenaar en schuldeiser van elkaar zijn. Werknemer heeft terecht opgemerkt dat HC to Green haar eigen loonschuld aan hem niet kan verrekenen met een vordering uit een lening die aan A of aan bedrijf X toekomt. De accountantsverklaring die HC to Green over heeft gelegd waaruit volgt dat het bij de eindafrekening verrekende bedrag betrekking had op de privélening van A aan werknemer kan daarin geen verandering brengen. Verder zijn de regels inzake consumentenkrediet niet van toepassing, omdat de lening waarvan in deze zaak terugbetaling wordt gevorderd is verstrekt aan de eenmanszaak. Omdat een eenmanszaak geen afgescheiden vermogen heeft, kan de lening echter in zoverre worden aangemerkt als een lening aan werknemer zelf. Daarom kon deze lening bij de eindafrekening verrekenen met het aan werknemer verschuldigde loon. Daarmee heeft werknemer aannemelijk gemaakt dat hij een bedrag van € 6.009,07 heeft afgelost en dat een hoofdsom van € 540,93 resteert. Wat betreft de opeisbaarheid van de vordering geldt dat in het midden kan blijven of partijen een vervaldatum zijn overeengekomen, omdat de vordering ook op basis van de hoofdregel uit artikel 7:129e BW inmiddels opeisbaar is geworden. Werknemer heeft onvoldoende aangevoerd om de conclusie te rechtvaardigen dat het uitoefenen van de bevoegdheid om het openstaande bedrag te vorderen door HC to Green onaanvaardbaar is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Dat werknemer door zijn financiële situatie niet in staat is het resterende bedrag ineens te betalen doet geen afbreuk aan zijn betalingsverplichting. De rente over het geleende bedrag zijn partijen schriftelijk overeengekomen, waardoor deze vordering ook toewijsbaar is. Ook heeft HC to Green voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. De vordering tot vergoeding van de kosten hiervan zal dus ook worden toegewezen. Omdat beide partijen gedeeltelijk ongelijk krijgen, worden de proceskosten gecompenseerd.