Rechtspraak
Rechtbank Overijssel (Locatie Enschede), 29 september 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:6085
Feiten
Werknemer is sinds januari 2024 in dienst bij werkgeefster als medewerker verkoop buitendienst. Op 31 juli 2026 sluiten partijen een vaststellingsovereenkomst waarin zij afspreken dat het dienstverband per 1 september 2026 eindigt, werknemer tot die datum wordt vrijgesteld van werkzaamheden met behoud van loon, uiterlijk 31 augustus 2026 een eindafrekening wordt opgesteld en de pensioenopbouw vanaf februari 2024 met terugwerkende kracht wordt verwerkt. Volgens werknemer komt werkgeefster deze afspraken niet na. Hij vordert in kort geding betaling van achterstallig loon over juli en augustus 2026, verstrekking van ontbrekende loonstroken en een correcte eindafrekening en nakoming van de pensioenafspraken, onder oplegging van dwangsommen. Werkgeefster verschijnt niet ter zitting, waarna verstek wordt verleend.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Tegen werkgeefster wordt verstek verleend. De vorderingen van werknemer komen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en worden daarom toegewezen. Werkgeefster moet binnen twee dagen het achterstallige loon over juli en augustus 2026 betalen, vermeerderd met wettelijke rente en een tot 10% beperkte wettelijke verhoging. Daarnaast moet werkgeefster binnen veertien dagen de ontbrekende loonstroken en een correcte eindafrekening verstrekken en de overeengekomen pensioenpremies over februari 2024 tot en met augustus 2026 alsnog afdragen, onder verstrekking van een specificatie en schriftelijk bewijs. Aan beide verplichtingen wordt een dwangsom verbonden. Werkgeefster wordt tevens veroordeeld tot betaling van de buitengerechtelijke kosten en proceskosten.
