Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 25 september 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:13636
Arbeidsconflict tussen een beveiliger en zijn voormalige werkgever over (ten onrechte) inhouding van loon en het niet uitbetalen vakantiedagen en vakantietoeslag.

Feiten

Werknemer is vanaf 30 januari 2025 tot 1 april 2025 op basis van een arbeidsovereenkomst bij werkgever werkzaam geweest als beveiliger. In de arbeidsovereenkomst is bepaald dat er een werktijd van 36 uur per week geldt tegen een uurloon van € 19,23 bruto. Werknemer vordert betaling van achterstallig loon, vakantiedagen en vakantietoeslag.

Oordeel

Tussen partijen is niet in geschil dat werkgever de door werknemer gewerkte uren aan hem heeft uitbetaald. Partijen zijn het er echter niet over eens of werknemer ook recht heeft op betaling van de uren die hij, uitgaande van zijn werkweek van 36 uur, ook had kunnen werken, maar niet heeft gewerkt. Naar het oordeel van de kantonrechter is daarbij het uitgangspunt: ‘geen arbeid, wel loon, tenzij het niet verrichten van de werkzaamheden in redelijkheid voor rekening van de werknemer behoort te komen’.

Niet-gewerkte dagen in februari 2025 en loonstop vanaf 12 maart 2025

Werkgever heeft aangevoerd dat er over 13 en 14 februari 2025 geen loon verschuldigd is omdat werknemer heeft geweigerd de op die dagen ingeroosterde diensten te komen werken. De kantonrechter stelt vast dat de planning was gewijzigd en dat uiteindelijk was afgesproken dat werknemer op 17 februari zou worden ingewerkt en dat daarom deze uren niet op het loon mochten worden ingehouden. Werkgever heeft vanaf 12 maart 2025 de betaling van het loon van werknemer stopgezet omdat hij op 5 maart 2025 de geldende kledingvoorschriften niet heeft nageleefd, het een tweede waarschuwing betreft en bij de eerste waarschuwing is aangezegd dat bij een tweede waarschuwing het loon zou worden stopgezet. De kantonrechter stelt voorop dat er geen sprake is van een wettelijke of cao-bepaling op grond waarvan een werkgever het loon mag stopzetten als een werknemer (een paar keer) te laat komt en/of zijn uniform een keer niet draagt. Werkgever heeft onvoldoende onderbouwd dat werknemer door het te laat komen en het niet dragen van het uniform niet meer inzetbaar was. De loonstop is daarom ten onrechte opgelegd. Ook heeft werknemer recht op uitbetaling van vier vakantiedagen en het gevorderde vakantietoeslag.