Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 16 september 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:6611
Feiten
Werknemer is sinds 1 juli 1984 in dienst bij (de rechtsvoorganger van) ING. Per 1 maart 2018 worden de facilitaire diensten van ING uitbesteed aan CBRE, waarbij werknemer in dienst treedt van CBRE. In de arbeidsovereenkomst is een dynamisch incorporatiebeding opgenomen dat de ING-cao van toepassing verklaart. Na sluiting van een ING-kantoorpand eindigt zijn arbeidsovereenkomst op 8 februari 2026. Werknemer verzoekt om een aanvullende ontslagvergoeding op grond van het ING Sociaal Plan. CBRE betwist dat dit sociaal plan op de arbeidsovereenkomst van toepassing is.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Er is sprake van een overgang van onderneming, waarbij het dynamisch incorporatiebeding zijn werking heeft behouden. Het Arbeidsvoorwaardenprotocol tussen ING en CBRE doet hieraan niet af, nu CBRE het beding na de overgang niet heeft gewijzigd. Hoewel het ING Sociaal Plan niet in de personeelsgids is opgenomen, volgt uit de ING-cao dat het sociaal plan daarvan onderdeel uitmaakt. Werknemer kan daarom aanspraak maken op het ING Sociaal Plan 2025-2027. Bij de berekening van de ontslagvergoeding moet zowel de gefixeerde vergoeding over de dienstjaren tot en met 2017 als de aanvullende vergoeding over de periode vanaf 2018 worden meegenomen. CBRE wordt veroordeeld tot betaling van € 42.857,39 bruto aan aanvullende ontslagvergoeding.
