Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Roermond), 20 augustus 2026
ECLI:NL:RBLIM:2026:8802
Feiten
Werkneemster is sinds 1996 in dienst bij (rechtsvoorgangers van) werkgeefster. Werkgeefster exploiteert een onderneming die bedrijfsprocessen digitaliseert en automatiseert, met name op het gebied van administratie, documentverwerking en workflow-optimalisatie. De broer van werkneemster is (indirect) bestuurder en aandeelhouder van werkgeefster. Per 1 januari 2012 is werkneemster bij werkgeefster in loondienst getreden. De afspraken zijn schriftelijk vastgelegd in de arbeidsovereenkomst en het addendum dat partijen op 1 februari 2012 hebben ondertekend. In de arbeidsovereenkomst staat dat de arbeidstijd gemiddeld 35 uur per week bedraagt. In haar functie verricht werkneemster verschillende administratieve werkzaamheden. Zij ervaart veel werkdruk, waarvoor zij bij werkgeefster diverse malen aandacht heeft gevraagd. Op 22 augustus 2025 heeft werkneemster zich volledig ziekgemeld. In de arbeidsovereenkomst staat dat werkgeefster bij ziekte 85% van het loon doorbetaalt. De loonstroken vermeldden aanvankelijk een dienstverband van 32 uur. In december heeft werkgeefster de arbeidsomvang aangepast naar 35 uur per week en een nabetaling gedaan om het minder betaalde loon in de voorgaande maanden te corrigeren. Op advies van de bedrijfsarts heeft mediation plaatsgevonden tussen werkneemster en haar broer. Die is gepauzeerd in afwachting van een behandeltraject van werkneemster. Werkneemster vordert betaling van het achterstallige salaris over de maanden vanaf augustus 2025, alsmede het loon vanaf juni 2026 tot het einde van de arbeidsovereenkomst zolang zij arbeidsongeschikt is. Daarnaast vordert zij vakantiegeld, de wettelijke verhoging en wettelijke rente. Verder vordert werkneemster dat werkgeefster deugdelijke bruto-nettosalarisspecificaties verstrekt, betaling van buitengerechtelijke incassokosten en een veroordeling in de proceskosten.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Tussen partijen is discussie ontstaan over de hoogte van het loon en het aantal daarvoor te werken uren. De kantonrechter stelt vast dat in de geldende arbeidsovereenkomst een salaris is overeengekomen bij een arbeidsomvang van gemiddeld 35 uur per week. Het feit dat de loonstroken jarenlang een arbeidsomvang van 40 uur vermelden, maakt dat niet anders. De afspraak tussen partijen volgt uit de arbeidsovereenkomst en kan niet gewijzigd worden door eenzijdig door werkgeefster op de loonstrook vermelde uren. Werkgeefster heeft onvoldoende bewijs aangedragen voor haar stelling dat bedoeld was dat het loon alleen zou gelden bij een fulltime dienstverband. Over de feitelijke arbeidsomvang kan de kantonrechter niet met voldoende zekerheid vaststellen hoeveel uren werkneemster gemiddeld per week heeft gewerkt. Naar verwachting zal in een bodemprocedure bewijslevering nodig zijn. Omdat de kantonrechter nu geen afwijkend aantal uren kan vaststellen, gaat hij uit van de overeengekomen arbeidsomvang van 35 uur per week en het daarbij behorende salaris. Ten aanzien van de loondoorbetaling bij ziekte staat in de arbeidsovereenkomst dat werkgeefster 85% van het loon doorbetaalt. Werkneemster stelt dat deze afspraak stilzwijgend is gewijzigd, omdat zij in het verleden tijdens ziekte volledig zou zijn doorbetaald en ook andere zieke werknemers het volledige salaris zouden hebben ontvangen. De kantonrechter oordeelt dat niet voldoende aannemelijk is gemaakt dat sprake is van een bestendige gedragslijn die tot een gewijzigde afspraak heeft geleid. Daarom geldt de afspraak uit de arbeidsovereenkomst. Werkgeefster dient vanaf de ziekmelding 85% van het loon te betalen. Omdat werkgeefster aanvankelijk uitging van een lagere arbeidsomvang en dit later heeft gecorrigeerd, is nog steeds niet het volledige bedrag betaald waarop werkneemster recht heeft. Het achterstallige loon wordt daarom toegewezen. Ook wordt het gevorderde vakantiegeld over de verstreken maanden toegewezen. De wettelijke verhoging wegens te late betaling en de wettelijke rente worden eveneens toegewezen. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen, omdat werkneemster niet heeft gesteld dat kosten zijn gemaakt voor werkzaamheden die meer omvatten dan bijvoorbeeld aanmaningen, een schikkingsvoorstel of het samenstellen van het dossier. Werkgeefster moet deugdelijke bruto-nettosalarisspecificaties verstrekken. De kantonrechter legt daarbij een dwangsom op. Gelet op de familierelatie tussen werkneemster en werkgeefster worden de proceskosten gecompenseerd.
