Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgeefster
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Breda), 16 september 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:9130
Onterechte verrekening van kosten leaseauto aan einde dienstverband. Het door werkgever verrekende bedrag is dan ook toewijsbaar.

Feiten

Werkneemster is per 1 juni 2024 in dienst getreden bij werkgeefster in de functie van senior consultant. Werkneemster heeft op 16 januari 2026 haar arbeidsovereenkomst opgezegd tegen 28 februari 2026. Werkgeefster heeft daarop aan werkneemster gevraagd of zij zich bewust was van de verrekening in verband met de leaseauto. Werkneemster heeft bij brief van 26 februari 2026 aan werkgeefster bericht dat zij niet instemt met verrekening, omdat er geen sprake is van een vaststaande en opeisbare vordering van werkgeefster. Werkneemster heeft de aan haar ter beschikking gestelde leaseauto aan het einde van het dienstverband bij werkgeefster ingeleverd. Multilease heeft met betrekking tot de aan werkneemster ter beschikking gestelde leaseauto op 18 maart 2026 aan werkgeefster een “voorstel voortijdige contractbeëindiging” gedaan. De eenmalige afkoopsom bedraagt € 8.291,98 exclusief btw. Werkgeefster heeft na uitdiensttreding van werkneemster de leaseovereenkomst die zij met Multilease heeft gesloten betreffende de aan werkneemster ter beschikking gestelde auto niet beëindigd. Werkgeefster gebruikt de auto nu als reserveauto in het bedrijf. Werkneemster vordert - samengevat- veroordeling van werkgeefster tot betaling van € 23.020,52 bruto, vermeerderd met wettelijke verhoging, rente en kosten. Werkneemster stelt dat werkgeefster niet bevoegd was om de kosten in verband met het voortijdig beëindigen van de leaseovereenkomst met haar loon te verrekenen. Werkgeefster betwist dat werkneemster een spoedeisend belang bij haar vordering heeft. Ten aanzien van de gevorderde loonsom stelt werkgeefster dat het vakantiegeld en de bonussen aan werkneemster zijn voldaan, maar dat er wel een bedrag van € 10.033,30 netto op het loon is ingehouden in verband met de kosten voor voortijdige beëindiging van de leaseovereenkomst auto. Werkgeefster betwist dat zij over 2024/2025 te veel kosten op het loon heeft ingehouden.

Oordeel

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Het is vaste jurisprudentie dat een loonvordering in het algemeen naar haar aard een spoedeisend belang met zich brengt. Het enkele tijdsverloop tussen de eindafrekening in februari 2026 en het aanhangig maken van de kortgedingprocedure in juni 2026 maakt ook niet dat de vordering niet spoedeisend is. Wel stelt werkgeefster dat zij bij de uitbetaling van het loon over februari 2026 een bedrag van € 10.033,30 netto met het loon van het werkneemster heeft verrekend in verband met een door werkneemster verschuldigde boete voor het voortijdig beëindigen van de leaseovereenkomst. Verrekening van een vordering is bij het einde van een dienstverband in beginsel mogelijk. Wel dient de werkgever bij verrekening de beslagvrije voet te respecteren. Om als werkgever een vordering te kunnen afdwingen dient deze ook opeisbaar te zijn. De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat er geen sprake is van een opeisbare vordering van werkgeefster. De voorzieningenrechter stelt in de eerste plaats vast dat dat tussen werkgeefster en Multilease een leaseovereenkomst tot stand is gekomen, waarbij werkneemster als bestuurster van de betreffende auto is opgegeven. Tussen werkgeefster en werkneemster is vervolgens een gebruikersovereenkomst gesloten. Werkneemster is op grond van artikel 7 van de autoregeling in beginsel de kosten van het voortijdig beëindigen van het leasecontract van de elektrische auto aan werkgeefster verschuldigd. Vaststaat dat werkgeefster ten behoeve van de aan werkneemster ter beschikking gestelde auto met Multilease een leaseovereenkomst heeft gesloten. Gesteld noch gebleken is dat werkgeefster met werkneemster ten aanzien van de elektrische auto ook een leaseovereenkomst heeft gesloten. Wel hebben partijen, zoals blijkt uit de overgelegde autoregeling, een gebruikersovereenkomst gesloten. De directeur van werkgeefster heeft ter zitting verklaard dat de tussen werkgeefster en Multilease gesloten leaseovereenkomst niet is beëindigd en er ook geen afkoopsom aan Multilease is betaald. Werkgeefster gebruikt de auto nu binnen het bedrijf als reserveauto. Werkgeefster heeft hiervoor gekozen om de schade daarmee te beperken. De maandelijkse leasekosten voor de auto lopen wel gewoon door. De voorzieningenrechter oordeelt dat werkneemster op grond van artikel 7 van de autoregeling geen kosten aan werkgeefster verschuldigd is. Tussen partijen staat immers vast dat de tussen werkgeefster en Multilease gesloten leaseovereenkomst niet voortijdig is beëindigd en werkgeefster ook geen afkoopsom aan Multilease heeft voldaan. Het niet inleveren van de leaseauto is de keuze is geweest van werkgeefster, die daar ook profijt van kan c.q. zal hebben. Gelet hierop acht de voorzieningenrechter het voorshands niet redelijk om de afkoopsom op die grond voor rekening van werkneemster te laten komen. Het door werkneemster gevorderde loonbedrag van € 10.033,30 netto wordt toegewezen. Werkgeefster wordt in de proceskosten veroordeeld.