Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 31 augustus 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:27491
Opzegging is niet rechtsgeldig zodat werknemer recht heeft op een billijke vergoeding, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een transitievergoeding.

Feiten

Werknemer is sinds 15 december 2017 in dienst bij de Stichting. Op 26 maart 2025 heeft de Stichting de arbeidsovereenkomst opgezegd met ingang van 1 mei 2026. De aanleiding daarvoor was dat de partij bij de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2026 geen enkele zetel haalde. De Stichting heeft bij de opzegging aangegeven dat werknemer een eindafrekening zou ontvangen en een transitievergoeding. De transitievergoeding is niet uitbetaald. Op een later moment heeft de Stichting werknemer een vaststellingsovereenkomst aangeboden met een beëindigingsvergoeding. Werknemer en de Stichting hebben geen overeenstemming bereikt. Met ingang van 1 juni 2026 ontvangt werknemer een WW-uitkering van het UWV. Werknemer verzoekt de kantonrechter om een hem billijke vergoeding toe te kennen en verzoekt om de Stichting te veroordelen tot betaling van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een transitievergoeding. De Stichting heeft geen verweer gevoerd.

Oordeel

Het verzoek van werknemer tot toekenning van een billijke vergoeding wordt toegewezen, omdat hiervoor is geoordeeld dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is. Daarbij wordt opgemerkt dat een ongeldige opzegging als ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever moet worden aangemerkt. De kantonrechter zal een billijke vergoeding toekennen van € 12.150. De kantonrechter volgt werknemer in zijn redenering dat het aannemelijk is dat indien eerst toestemming van het UWV zou zijn verzocht en verkregen en de arbeidsovereenkomst vervolgens zou zijn opgezegd met de juiste opzegtermijn, de arbeidsovereenkomst nog drie maanden langer zou hebben geduurd. De billijke vergoeding wordt daarom vastgesteld op een bedrag gelijk aan drie maanden brutoloon inclusief vakantietoeslag. Ook de gevorderde vergoeding wegens onregelmatige opzegging zal worden toegewezen, omdat is opgezegd tegen een eerdere dag dan die tussen partijen geldt. Het verzoek om de Stichting te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding wordt eveneens toegewezen, nu de Stichting de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd. Tot slot komen de proceskosten voor rekening van de Stichting, omdat het verzoek van werknemer geheel wordt toegewezen en de Stichting dus in het ongelijk wordt gesteld.