Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/bewoner en werkgeefster
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Tilburg), 23 september 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:9192
Werkneemster heeft tijdens haar werk een onverwachte klap tegen haar hoofd gekregen van een psychiatrische bewoner. Zorgplichtschending door werkgeefster die daardoor aansprakelijk is.

Feiten

Werkneemster is in dienst geweest bij werkgeefster in de functie van activiteitenbegeleidster. Een bewoner van werkgeefster (hierna: bewoner) heeft werkneemster tijdens haar werkzaamheden een klap tegen haar rechterslaap gegeven. In deze procedure staat de aansprakelijkheid voor de schade centraal. Bewoner betwist onrechtmatig te hebben gehandeld en werkgeefster voert aan haar zorgplicht te hebben nageleefd. De kantonrechter heeft bij tussenvonnis van 18 juni 2025 geoordeeld dat bewoner aansprakelijk is op grond van onrechtmatige daad en daarom verplicht is de schade van werkneemster te vergoeden. Om vast te kunnen stellen of (ook) werkgeefster aansprakelijk is voor de schade van werkneemster heeft de kantonrechter in het tussenvonnis geoordeeld dat nadere bewijslevering noodzakelijk is. Werkgeefster heeft de opdracht gekregen om te bewijzen dat zij aan haar zorgplicht heeft voldaan.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. De kantonrechter is van oordeel dat werkgeefster de op haar rustende zorgplicht heeft geschonden. Werkneemster heeft verklaard dat zij dagrapportages niet heeft geraadpleegd, omdat dit niet binnen de voorbereidingstijd past omdat de rapportages per bewoner gedownload moeten worden. Ook heeft zij verklaard dat de overdracht volgens vaste instructie bestaat uit mondeling contact met de verpleegkundige die aangeeft of er nog bijzonderheden zijn. Verder zijn er geen vaste instructies hoe te handelen voorafgaand aan een groepsactiviteit. Werkgeefster heeft deze stellingen in haar conclusie na enquête onbesproken gelaten. Vaststaat dat de verpleegkundige die werkneemster in het kader van de overdracht voorafgaand aan de groepsactiviteit gesproken heeft geen melding heeft gemaakt van onrust bij bewoner op de voorafgaande dag of dagen. Volgens werkgeefster hoefde dit ook niet, omdat de onrust bij bewoner van de dag ervoor in de avond alweer was opgelost. Uit de dagrapportage van 18 oktober 2022 om 20:27 uur blijkt dat bewoner rustig was. De onrust van die ochtend, zoals gerapporteerd om 13:12 uur, was weer voorbij. Dat is juist, dat blijkt inderdaad uit de dagrapportages. Uit de dagrapportages blijkt echter ook dat het gedrag van bewoner ook in de direct daaraan voorafgaande dagen aanleiding gaf tot zorg. Dat bewoner op de avond van 18 oktober 2022 rustig was, houdt gelet op het geschetste gedragspatroon van bewoner geen enkele garantie in. De kantonrechter is van oordeel dat als werkneemster van dit gedragspatroon in de dagen voorafgaand aan haar dienst op de hoogte was geweest, zij anders had kunnen handelen in haar contact met bewoner. Werkneemster heeft dit zelf ook concreet aangevoerd, door aan te geven dat zij bewoner dan zelf zijn koffie zou hebben laten pakken, aan de andere kant van de tafel zou zijn gebleven en door vraagstelling de gemoedstoestand van bewoner zou kunnen hebben peilen. Ook in geval van een onverwachte en plotselinge klap zou werkneemster acties hebben kunnen inzetten om te voorkomen dat zij geraakt zou kunnen worden door bewoner. Op dit punt heeft werkgeefster de op haar rustende zorgplicht geschonden. Dit betekent dat werkgeefster aansprakelijk is voor de schade die werkneemster als gevolg van de klap door bewoner op 19 oktober 2022 lijdt. Werkgeefster voert aan dat de gezondheidsklachten die werkneemster in de procedure heeft benoemd niet passen bij de gevolgen van een klap. Werkgeefster betwist de toerekenbaarheid van de schade van werkneemster aan de klap. Net als het beroep op eigen schuld en matiging van de schadevordering van werkneemster (aangevoerd door bewoner) is ook dit een onderwerp dat in de schadestaatprocedure aan de orde moet komen. Werkneemster heeft in het kader van de in deze procedure ingestelde vorderingen naar het oordeel van de kantonrechter voldoende aannemelijk gemaakt dat de klap tot (enige) schade bij haar heeft geleid. De drempel voor toegang tot de schadestaatprocedure wordt dus gehaald. Werkneemster heeft gesteld dat haar schade naar verwachting onder een bedrag van € 25.000 blijft. Bij gebrek aan voldoende aanknopingspunten is de schade niet in deze procedure te begroten door de kantonrechter. Bewoner en werkgeefster worden in de proceskosten veroordeeld.