Rechtspraak
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 12 augustus 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:27676
Feiten
Werknemer is per 28 mei 2023 in dienst getreden bij werkgever in de functie van bezorger. Op 12 juni is werknemer betrokken geraakt bij een verkeersongeval toen hij onderweg was om een maaltijd te bezorgen. Werknemer is uitgegleden bij het afremmen. Werknemer reed op een aan hem ter beschikking gestelde scooter. Na het ongeval is werknemer geopereerd en is hij tien dagen opgenomen geweest. Werknemer heeft werkgever aansprakelijk gesteld voor de gevolgen van het ongeval. Werkgever heeft de aansprakelijkheid van de hand gewezen. Werknemer stelt dat de banden van de scooter onvoldoende profiel hadden, nu hij bij het remmen is uitgegleden. Werknemer betwist instructies te hebben gekregen om veilig de weg op te gaan of de scooter te controleren voor gebruik. Werknemer vordert een verklaring voor recht dat werkgever aansprakelijk is voor zijn schade en vordert een voorschot van € 45.746,62.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Tussen partijen is niet in geschil dat werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden betrokken is geweest bij een verkeersongeval en daardoor schade heeft geleden. Werkgever is hierdoor in beginsel aansprakelijk voor de geleden en nog te lijden schade ten gevolge van het ongeval. Wanneer het gaat om gevallen waarin een werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden deelneemt aan het wegverkeer zal de omvang van de zorgplicht van de werkgever in de regel slechts beperkt kunnen zijn. De werkgever heeft immers geen zeggenschap over de inrichting en de daarmee samenhangende verkeersveiligheid van de openbare weg en daarnaast kan een groot aantal factoren bijdragen aan het ontstaan van verkeersongevallen, zonder dat de werkgever daarop door het treffen van maatregelen of het geven van aanwijzingen effectief invloed kan uitoefenen, afgezien van de veiligheid van het voertuig dat hij aan de werknemer ter beschikking stelt en het geven van onderricht, instructies en voorschriften die de veiligheid van de werknemer kunnen bevorderen. Gelet op de gemotiveerde betwisting van werknemer dat werkgever voldaan heeft aan zijn zorgplicht, lag het op de weg van werkgever om zijn stelling aan de zorgplicht te hebben voldaan te onderbouwen. Werkgever heeft ter zitting verklaard dat er geen vaste instructieprotocollen zijn en alleen mondelinge instructies worden gegeven. Uit niets is echter gebleken dat die mondelinge instructies daadwerkelijk gegeven zijn aan werknemer en dat die instructies erop gericht waren om de veiligheid van de werknemers te bevorderen. De kantonrechter dient er daardoor van uit te gaan dat werknemer zonder enige instructies de weg op is gestuurd. De kantonrechter is bovendien met werknemer van oordeel dat de onderhoudsfacturen onvoldoende onderbouwing bieden voor de stelling dat de scooter op het moment van het ongeluk veilig was voor gebruik. De laatste factuur dateert van drie weken geleden en op basis daarvan kan de kantonrechter niet vaststellen dat met de scooter ten tijde van het ongeluk niets mis was. Werkgever had direct na het ongeluk de status van de scooter moeten laten onderzoeken om de deugdelijkheid van de scooter te kunnen aantonen. Dat werkgever aan zijn zorgplicht heeft voldaan is aldus onvoldoende gebleken. Voorts staat tussen partijen vast dat werkgever geen afdoende verzekering heeft afgesloten om zijn medewerkers tegen schade als gevolg van een verkeersongeval te verzekeren, terwijl werkgever daartoe wel een redelijke mogelijkheid had. Nu werkgever geen behoorlijke verzekering heeft afgesloten voor zijn werknemers schiet hij tekort in zijn verplichting zich als goed werkgever te gedragen. Dat werkgever de scooter leaset en daardoor niet aan zijn verzekeringsplicht kan voldoen, voor zover die stelling al juist is, komt voor zijn risico. Hij kan zijn verzekeringsverplichting niet afwentelen op de leasemaatschappij en blijft daarvoor zelf verantwoordelijk. Het schadeformulier biedt naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende onderbouwing voor de stelling dat het ongeval volledig aan werknemer zelf te wijten is. Als dat al het geval zou zijn, dan geldt dat werkgever zijn stelling dat uitkering in dat geval zou zijn uitgesloten onvoldoende heeft onderbouwd. Werkgever heeft geen polisvoorwaarden in het geding gebracht van bijvoorbeeld een opzittende-verzekering waaruit een dergelijke uitsluitingsclausule uit blijkt. De kantonrechter passeert daarom zijn stelling dat de verzekeringsuitkering, en daarmee de voor vergoeding in aanmerking komende schade, in het onderhavige geval nihil zou zijn geweest. Werkgever is aansprakelijk voor de schade die werknemer als gevolg van het scooterongeluk lijdt of nog zal lijden en verplicht om die schade te vergoeden. De geconcretiseerde kosten voor onder meer medische behandelingen, kleding en huishoudelijke hulp worden toegewezen. Nu er nog geen medische eindsituatie is bereikt, wordt smartengeld terughoudend toegewezen, voor een bedrag van € 6.000. Werkgever wordt in de proceskosten veroordeeld.
