Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 16 september 2026
ECLI:NL:RBLIM:2026:9659
Feiten
Werknemer is op 1 juli 2022 via werkgever B.V. ter beschikking gesteld aan uitzendbureau als allround medewerker, op basis van een uitzendovereenkomst met uitzendbeding. In de overeenkomst stond een bruto-uurloon van € 31,74. Ook was afgesproken dat de overeenkomst pas zou ingaan zodra werknemer daadwerkelijk met de afgesproken werkzaamheden zou beginnen. Werknemer is op 1 juli 2022 bij uitzendbureau aan het werk gegaan. Hij heeft later tegenover de bedrijfsarts en een arbeidsdeskundige verklaard dat hij daar vooral als grondwerker werkte. Hij groef sleuven, legde glasvezelkabels en dichtte de sleuven daarna weer. Werknemer stelde later dat hij daarnaast leiding gaf aan ploegen en dat hij daarmee wel degelijk werkzaamheden als allround medewerker verrichtte. Op 7 september 2022 meldde werknemer zich ziek. De uitzendovereenkomst eindigde diezelfde dag. Omdat werkgever eigenrisicodrager voor de Ziektewet was, ontstond vervolgens discussie over de vraag of werknemer bij werkgever in dienst was en recht had op een Ziektewetuitkering. Het UWV had een uitkering toegekend, maar kwam daar later op terug. Volgens het UWV was niet voldaan aan de voorwaarden voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst. Werknemer stelt dat er wel degelijk een arbeidsovereenkomst bestond en vordert onder meer loon, vakantietoeslag, vakantiedagen en een schadevergoeding van € 59.443,33. Werkgever is het daar niet mee eens en stelt dat werknemer nooit als allround medewerker heeft gewerkt en vordert terugbetaling van loon.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Partijen hadden afgesproken dat werknemer als allround medewerker zou werken. Hoewel in de overeenkomst niet precies stond wat deze functie inhield, gaat het volgens de kantonrechter om een functie waarbij iemand verschillende soorten werkzaamheden verricht en flexibel kan worden ingezet. In de praktijk werkte werknemer echter vooral als grondwerker. Hij groef sleuven, legde kabels en maakte de sleuven daarna weer dicht. Volgens de kantonrechter zijn dit vooral dezelfde soort werkzaamheden en is er daardoor onvoldoende sprake van de afwisseling die bij een functie als allround medewerker hoort. Dat werknemer later heeft verklaard dat hij ook leiding gaf aan ploegen, maakt dit niet anders. Hij heeft de (ruimere) werkzaamheden als allround medewerker onvoldoende onderbouwd. Het uurloon voor een allround medewerker bedraagt bijna twee keer zo veel als het uurloon van een grondwerker. Het is niet aannemelijk dat werkgever bereid was om het hogere uurloon te betalen als hij ervan op de hoogte was dat werknemer voornamelijk als grondwerker zou worden ingezet. Omdat werknemer niet is begonnen met de werkzaamheden waarvoor hij als allround medewerker was aangenomen, is de uitzendovereenkomst volgens de kantonrechter niet ingegaan. Werkgever hoeft daarom geen loon te betalen voor de werkzaamheden die werknemer als grondwerker heeft verricht. De vorderingen van werknemer worden afgewezen. Het loon dat werkgever wel aan werknemer heeft betaald, is volgens de kantonrechter zonder rechtsgrond betaald. Werknemer moet daarom € 7.871,52 bruto aan werkgever terugbetalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2025. Het beroep van werknemer op rechtsverwerking slaagt niet. Alleen het feit dat werkgever langere tijd heeft gewacht met het terugvorderen van het bedrag, is daarvoor onvoldoende. Werknemer wordt veroordeeld in de (gematigde) proceskosten.
