Naar boven ↑

Rechtspraak

vliegers/Vereniging Nederlandse Verkeersvliegers
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 22 september 2026
ECLI:NL:GHAMS:2026:2674
Ook gerechtshof wijst de vorderingen van de Martinair-vliegers tot vernietiging dan wel nietigverklaring van het VNV-besluit tot wijziging van en toelating KLM tot bestaande Martinair-cao af. Het besluit voldoet aan de totstandkomingsvereisten, is niet in strijd met de goede zeden of de redelijkheid en billijkheid en er is geen sprake van misbruik van bevoegdheid.

Feiten

De Vereniging Nederlandse Verkeersvliegers (hierna: VNV) is een vakbond voor de vliegers van onder meer Koninklijke Luchtvaart Maatschappij N.V. (hierna: KLM) en Martinair Holland N.V. (hierna: Martinair). De (ex-vracht)vliegers van Martinair (hierna: de Vliegers), waren/zijn vertegenwoordigd in een Martinair-vliegervergadering. Artikel 23.3 VNV-statuten bepaalt dat voorafgaande goedkeuring van de vliegervergadering is vereist voor bestuursbesluiten betreffende de belangen van een betreffende afdeling ten aanzien van het aangaan of wijzigen van cao’s. In bijzondere gevallen is het bestuur bevoegd af te wijken van deze regeling onder de verplichting daarvan mededeling te doen. De sinds 2012 geldende Martinair-cao is sinds 2017 steeds aangepast door middel van protocollen. In het laatste protocol (2021), waarvoor goedkeuring is gevraagd aan de Martinair-vliegervergadering en ook is verkregen, is het begrip werknemer gedefinieerd als ‘de vlieger als zodanig in dienst zijnde van werkgever (...)’.  De KLM-cao hanteert een eigen definitie. Op 8 juni 2021 heeft het Hof Den Haag geoordeeld dat de Vliegers met ingang van 1 januari 2014 in dienst zijn getreden van KLM als gevolg van overgang van onderneming (hierna: het arrest). KLM en VNV zijn vervolgens overeengekomen dat KLM zal toetreden tot de Martinair-cao en dat het begrip werknemer daarin zal worden (her)gedefinieerd als: ‘de vlieger in dienst bij KLM of Martinair, tewerkgesteld bij Martinair Holland N.V. (...)’. VNV heeft hiertoe ook een formeel besluit d.d. 9 juli 2021 (hierna: het besluit) in de zin van artikel 23.3 VNV-Statuten genomen. Op 12 juli 2021 heeft KLM de Vliegers een aanbieding tewerkstelling gedaan onder toepasselijkheid van de Martinair-cao en heeft VNV daarvan mededeling gedaan aan haar leden. Op 13 juli 2021 is de aangepaste Martinair-cao aangemeld bij SZW. De Vliegers hebben in eerste aanleg gevorderd dat de rechtbank vernietigt, althans nietig verklaart, het besluit tot het aangaan van een aangepaste Martinair-cao 2021 en tot toelating van KLM met terugwerkende kracht bij de reeds beëindigde Martinair-cao’s, onder gelijktijdige aanpassing van de werkingssfeerbepaling van die cao’s. Volgens de Vliegers kleven er totstandkomingsgebreken aan het besluit (geen goedkeuring gevraagd, geen sprake van vereiste tijdelijke afwijking en geen mededeling), is het besluit in strijd met de goede zeden en is het enkel genomen met de bedoeling de Vliegers te benadelen en handelt VNV (niet raadplegen vliegervergadering, met terugwerkende kracht openbreken Martinair-cao’s, onvoldoende transparant) in strijd met de redelijkheid en billijkheid dan wel maakt zij misbruik van haar bevoegdheden. De rechtbank heeft de vorderingen van de vliegers afgewezen (zie AR 2023-1013). De vliegers zijn tegen dit oordeel in hoger beroep gegaan.

Oordeel

Het hof oordeelt als volgt. Artikel 23.3 van de statuten biedt het bestuur van VNV de mogelijkheid om in bijzondere gevallen besluiten te nemen zonder voorafgaande toestemming van de Martinair-vliegervergadering. Voor toepassing daarvan is vereist dat zich omstandigheden voordoen die kwalificeren als een ‘bijzonder geval’. Het ligt op de weg van VNV om hiertoe (voldoende) concrete feiten en omstandigheden te stellen. Anders dan de vliegers betogen, is het hof van oordeel dat VNV daaraan heeft voldaan. Evenals de rechtbank overweegt het hof dat bij de beoordeling van de vraag of er sprake is van een bijzonder geval moet worden betrokken dat de (inspraak)bevoegdheden van de vliegervergadering de kern raken van een vakbond als VNV. Dat betekent evenwel niet dat, zoals de vliegers betogen, de (inspraak)bevoegdheden van de leden in alle gevallen doorslaggevend zijn in die zin dat het bestuur altijd eerst de leden dient te raadplegen en zich daarbij altijd naar de uitkomst van die raadpleging heeft te richten. Het voorgaande in acht nemende is het hof van oordeel dat het besluit van 9 juli 2021 een bijzonder geval betrof als bedoeld in artikel 23.3 van de statuten. Daarbij acht het hof van belang dat er geen sprake was van reguliere cao-onderhandelingen over de materiële inhoud van de in de cao vastgelegde rechten en plichten en met het besluit van 9 juli 2021 geen inhoudelijke wijzigingen zijn aangebracht in de (arbeidsvoorwaarden van de) Martinair-cao’s. Het besluit strekte juist tot behoud van de toepasselijkheid van de bestaande arbeidsvoorwaarden. Daarnaast volgt het hof de vliegers niet in hun standpunt dat er geen (arbeidsrechtelijke) noodzaak bestond voor VNV om met KLM (op korte termijn) een Martinair-cao te sluiten en haar met terugwerkende kracht per 1 januari 2014 toe te laten tot de reeds geëxpireerde Martinair-cao’s. Met het besluit van 9 juli 2021 heeft VNV getracht te bewerkstelligen dat rechtsonzekerheid voor de vrachtvliegers juist werd weggenomen omdat de Martinair-cao’s op hen van toepassing bleven, ook na de door het Hof Den Haag vastgestelde overgang van onderneming. Het hof volgt VNV daarbij in haar standpunt dat ‘niets doen’ van VNV, inhoudende dat KLM niet tot de Martinair-cao’s zou worden toegelaten, tot een onwenselijke situatie had kunnen leiden. Daar komt nog bij dat er onzekerheid bestond over het antwoord op de vraag aan wie het bestuur van VNV voorafgaande goedkeuring moest vragen. De vliegers betogen verder nog dat de term ‘afwijken’ in artikel 23.3 van de statuten uitsluitend ziet op het afwijken van de in artikel 23.2 onder (a) genoemde regelingen en overeenkomsten en niet op het afwijken van de in artikel 23.2 neergelegde verplichting tot voorafgaande goedkeuring van de vliegervergadering. Het hof volgt deze uitleg niet, nu dit noch uit de tekst noch uit de systematiek van de statuten volgt. Het hof volgt de vliegers evenmin in hun betoog dat artikel 23.3 uitsluitend toestaat om af te wijken van ‘overeenkomsten en regelingen’, en daarom niet kan worden toegepast op het aangaan van cao’s. Daar komt bij dat volgens het hof is voldaan aan de zogenoemde mededelingsplicht uit artikel 23.3, zodat ook op die grond geen sprake is van strijdigheid met de wettelijke en statutaire totstandkomingsvereisten.

Het besluit van VNV is daarnaast ook niet in strijd met de goede zeden. In de andere zaken waarin vandaag arrest wordt gewezen (met zaaknummers 200.343.062/01, 200.343.064/01, 200.343.752/01, 200.344.286/01 en 200.344.457/01) is geoordeeld dat de oud-Martinair vrachtvliegers niet onder de werkingssfeerbepaling van de KLM-cao vallen. De stelling van de vliegers dat de oud-Martinair vrachtvliegers door de overgang van onderneming met ingang van 1 januari 2014 onder de KLM-cao kwamen te vallen, is daarom onjuist. Dat geldt ook voor hun stelling dat VNV met het aangaan van de Martinair-cao met KLM heeft beoogd de vrachtvliegers te separeren, door hen niet onder de KLM-cao maar onder de Martinair-cao te brengen. Tot slot oordeelt het hof dat er bovendien geen sprake is van strijd met de redelijkheid en billijkheid en/of sprake is van misbruik van bevoegdheid. De statuten bieden de grondslag voor besluitvorming zonder raadpleging van de vliegervergadering en in het voorgaande is al geoordeeld dat VNV gegeven de bijzondere omstandigheden van die bevoegdheid gebruik kon en mocht maken. Bij de overige stellingen over deze grondslag gaan de vliegers ervan uit dat de KLM-cao van toepassing was, terwijl in het voorgaande is vastgesteld dat dit uitgangspunt onjuist is. Het hof bekrachtigt daarom het vonnis van de rechtbank.