Rechtspraak
Rechtbank Den Haag (Locatie Gouda), 13 augustus 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:26112
Feiten
Werkneemster is per 6 juni 2016 in dienst getreden bij werkgeefster in de functie van inpakster. Per 31 juli 2023 is zij uit dienst getreden. Werkneemster heeft zich op 11 maart 2021 ziekgemeld. Werkneemster had te kampen met verschillende (lichamelijke) klachten. Partijen hebben op 19 juli 2023 een vaststellingsovereenkomst gesloten ter beëindiging van het dienstverband wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Werkneemster ontvangt sinds 11 augustus 2023 een WGA-uitkering en sinds 4 maart 2025 een IVA-uitkering. Werkneemster heeft werkgeefster aansprakelijk gesteld. Werkneemster vordert, onder meer, een verklaring voor recht dat werkgeefster aansprakelijk is voor haar schade.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Vast staat dat werkneemster verschillende pijnklachten heeft. Deze aandoeningen hebben een multicausaal ziektebeeld. Dat wil zeggen dat er meerdere mogelijke oorzaken kunnen zijn. Werkneemster stelt dat de aandoeningen waar zij aan lijdt rechtstreeks een gevolg zijn van de zware werkomstandigheden bij werkgeefster. Verschillende verklaringen van collega’s zijn ingebracht. De kantonrechter is van oordeel dat werkneemster de blootstelling aan schadelijke werkomstandigheden onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt. De door werkneemster overgelegde getuigenverklaringen van (oud-)werknemers van werkgeefster zijn hiervoor, tegenover de gemotiveerde betwisting van werkgeefster, onvoldoende. Verder geldt dat, zelfs al zou van de door werkneemster geschetste werkomstandigheden worden uitgegaan, werkneemster geen stukken heeft overgelegd waaruit blijkt dat de werkomstandigheden ook schadelijk konden zijn voor de gezondheid. De enkele verwijzing naar de Registratierichtlijnen van het NCvB en de NIOSH-methode, zonder duidelijke toelichting daarop, is eveneens onvoldoende. Onder die omstandigheden had van werkneemster een nadere onderbouwing mogen worden verwacht, maar die ontbreekt. Daarmee is niet aan het eerste vereiste voor toepassing van de arbeidsrechtelijke omkeringsregel voldaan. Ook aan het tweede vereiste is niet voldaan, omdat naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende is komen vast te staan dat de klachten van werkneemster kunnen zijn veroorzaakt door de werkomstandigheden. De verzekeringsarts heeft in zijn rapport van 22 mei 2025 weliswaar gesteld dat de gegeneraliseerde artrose in verband kan worden gebracht met langdurige fysieke overbelasting op het werk, maar gesteld noch gebleken is dat deze verzekeringsarts onderzoek heeft gedaan naar de werkomstandigheden bij werkgeefster. Daartegenover staat het rapport van een andere verzekeringsarts, die uiteen heeft gezet dat de klachten niet objectief in medisch causaal verband kunnen worden gebracht met de verrichte werkzaamheden. Dat laatste heeft de UWV-verzekeringsarts niet beoordeeld, zodat dat een onvoldoende onderbouwing is. Werkneemster wordt in de proceskosten veroordeeld.
