Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 28 april 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:4375
Feiten
Werknemer werkt in de consultancybranche, met bijna twintig jaar sectorervaring op het gebied van (digitale) transformatie en innovatie. In oktober 2020 is hij in dienst getreden bij de Valcon-groep. Conform afspraken in zijn arbeidsovereenkomst is werknemer de mogelijkheid geboden om certificaten van aandelen te verkrijgen in Valcon Topholding. Bij het verkrijgen van de certificaten is tussen de oude Stak en werknemer beide keren een certificaathoudersovereenkomst gesloten met daarin een concurrentiebeding. Op 25 februari 2022, voorafgaand aan zijn besluit om te participeren in de Valcon-groep, had werknemer een e-mail gestuurd aan Valcon over het concurrentiebeding. Het beding is niet aangepast. Werknemer heeft op 28 februari 2025 zijn certificaten in de oude Stak verkocht en tegelijkertijd nieuwe certificaten verkregen in de nieuwe Stak. Daarbij zijn administratievoorwaarden vastgelegd bij notariële akte waarin rechten en plichten van de certificaathouders zijn opgenomen (hierna: de administratievoorwaarden). Werknemer is met de uitgifteovereenkomst akkoord gegaan met de administratievoorwaarden. In die voorwaarden staat een concurrentiebeding met een ruime materiële en geografische reikwijdte. Er is geen boete gesteld op overtreding van dit verbod. Op 6 november 2025 heeft werknemer binnen de Valcon-groep zijn wens kenbaar gemaakt om over te stappen naar Eraneos Netherlands B.V. (hierna: Eraneos), een adviesbureau dat organisaties ondersteunt bij aangelegenheden op het gebied van strategie, transformatie en technologie. Eraneos heeft hem de functie van Managing Partner naast de CEO aangeboden. Valcon heeft werknemer laten weten geen goedkeuring te geven voor deze overstap. Op 28 november 2025 heeft werknemer zijn arbeidsovereenkomst schriftelijk opgezegd tegen 1 januari 2026. Daarbij heeft hij laten weten dat hij per 1 maart of 1 april 2026 aan de slag wil bij Eraneos en de hoop uitgesproken dat Valcon hierover nog met hem in overleg zou treden. Nog diezelfde dag heeft Valcon hem bericht dat zij zich beroept op de concurrentiebedingen uit zowel de administratievoorwaarden als uit de certificaathoudersovereenkomsten. Werknemer vordert onder meer Valcon te veroordelen om te gehengen en gedogen dat werknemer in dienst treedt bij Eraneos, primair per 1 mei 2026, subsidiair per 1 juli 2026, meer subsidiair op een andere datum vóór 1 januari 2027, althans uiterst subsidiair per 1 januari 2027
Oordeel
Werknemer heeft een spoedeisend belang bij zijn vordering omdat hij moet weten of hij het aanbod van Eraneos kan accepteren of niet. Omdat hij zijn arbeidsovereenkomst heeft opgezegd tegen 1 januari 2026 heeft hij sindsdien geen periodieke inkomsten meer. De conclusie van de voorzieningenrechter is dat zowel het concurrentiebeding uit de certificaathoudersovereenkomsten als het concurrentiebeding uit de administratievoorwaarden van toepassing is. Anders dan werknemer stelt, heeft hij niet slechts getekend bij het kruisje. Voordat hij de eerste certificaathoudersovereenkomst sloot, heeft hij immers zijn bezwaren tegen het daarin opgenomen concurrentiebeding aangekaart bij Valcon. Daarop heeft Valcon via X aangegeven dat wat hem betreft een ‘gentlemans agreement’ geldt om daar op een reële manier mee om te gaan als het zich voordoet en dat het beding niet wordt aangepast. Daarna heeft werknemer de certificaathoudersovereenkomst met het oorspronkelijke beding getekend. Aldus is hij welbewust akkoord gegaan met de beperking van zijn vrije arbeidskeuze voor langere periode. Dit alles neemt niet weg dat het onverkort vasthouden aan de naleving van concurrentiebedingen door Valcon naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar kan zijn. De concurrentiebedingen zijn opgenomen in certificaathoudersovereenkomsten/administratievoorwaarden en niet in de arbeidsovereenkomst van werknemer. De positie van werknemer is ook niet een-op-een vergelijkbaar met die van certificaathouder. Dat neemt niet weg dat het steeds gaat om een afweging van het belang van de onderneming bij bescherming van haar bedrijfsdebiet en het recht op vrije arbeidskeuze van de persoon die betrokken is geweest bij de onderneming. Voorshands is aannemelijk dat artikel 7:653 BW in dit geval analoog kan worden toegepast. Dat betekent dat de concurrentiebedingen geheel of gedeeltelijk kunnen worden vernietigd als die werknemer onbillijk benadelen, althans dat daarop vooruitgelopen kan worden in een kort geding bij wijze van voorlopige voorziening. Alle belangen afwegend, leidt onverkorte toepassing van de concurrentiebedingen tot een onbillijke benadeling van werknemer. Die moet voor zijn eigen ontwikkeling weer aan de slag kunnen, ook als dat concurreert met Valcon. Voorshands is aannemelijk dat de concurrentiebedingen in een bodemprocedure zullen worden gematigd in die zin dat zij zullen gelden tot 1 oktober 2026. De voorzieningenrechter veroordeelt Valcon om te gehengen en gedogen dat werknemer per 1 oktober 2026 in dienst treedt bij Eraneos.
