Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 2 september 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:6296
Feiten
Werknemer is in 2018 door een bedrijfsongeval aan zijn onderbeen gewond geraakt. Hij vordert schadevergoeding van zowel zijn formele werkgever als de inlener. Partijen hebben al eerder geprocedeerd over de aansprakelijkheid en in het vonnis van 1 maart 2023 is voor recht verklaard dat de inlener c.s. hoofdelijk aansprakelijk is voor de schade die werknemer heeft geleden als gevolg van het bedrijfsongeval en dat de inlener c.s. wordt veroordeeld tot betaling van de schade. In deze schadestaatprocedure vordert werknemer betaling van € 116.449,56 aan schade. De inlener voert verweer tegen de vordering van werknemer, terwijl tegen de formele werkgever verstek is verleend.
Oordeel
Gewetensbezwaard ondernemer
De kantonrechter merkt allereerst het volgende op. De inlener is een zogenoemd gewetensbezwaard ondernemer en heeft daarom geen verzekeringen afgesloten. Een van de gevolgen hiervan is dat niet een verzekeraar, maar de inlener zelf de wederpartij van werknemer is, terwijl in procedures over werkgeversaansprakelijkheid veelal verzekeraars de wederpartij zijn. Aangezien in deze zaak dus geen verzekeraar partij is, is er geen medisch traject inclusief medische expertise opgestart, hetgeen op grond van de Gedragscode Behandeling Letselschade (vaak) op initiatief van een verzekeraar geschiedt. Dat de inlener gewetensbezwaard ondernemer is en er geen verzekeraar is geweest die de schaderegeling actief heeft opgepakt, mag echter niet betekenen en tot gevolg hebben dat een slachtoffer van een arbeidsongeval, zoals werknemer, daarvan de dupe is en daarvan nadeel ondervindt.
Verstek formele werkgever
De formele werkgever is ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet in de procedure verschenen en aan hem is daarom verstek verleend. Omdat de inlener wel in de procedure is verschenen, wordt op grond van artikel 140 lid 3 Rv tussen alle partijen één vonnis op tegenspraak gewezen. Dit betekent dat de formele werkgever niet in verzet kan komen tegen dit vonnis.
Veroordelingen in de schadestaatprocedure
Zowel de formele werkgever als de inlener wordt hoofdelijk veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 14.362,03. Dit bedrag is opgebouwd uit vergoeding van medische kosten, huishoudelijk hulp in de eerste dertien weken na het ongeval, hulp bij persoonlijke verzorging, reiskosten, verlies van arbeidsvermogen en smartengeld. Ten aanzien van het smartengeld wordt aansluiting gezocht bij de Rotterdamse schaal en niet bij de ANWB Smartengeldbundel. Daarnaast wordt de formele werkgever veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 103.925,56 onder aftrek van het bedrag van € 14.362,03. Werknemer vorderde van de inlener ook de kosten die verband hielden met een heupoperatie. Naar het oordeel van de kantonrechter is deze vordering onvoldoende medisch onderbouwd. Uit de stukken is gebleken dat de heupklachten zouden zijn ontstaan na een val met de fiets. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke (incasso)kosten wordt - mede gelet op de door deze rechtbank gevolgde aanbevelingen van het Rapport BGK-integraal - afgewezen. Zowel de formele werkgever als de inlener is hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
